
BROKOPONDO – De Commissie Ordening Goudsector (OGS) zet drones in om goudwinningsgebieden in Brokopondo vanuit de lucht te controleren. Maar de beelden die de commissie daarbij zelf naar buiten brengt, vertellen een verhaal dat verder gaat dan modern toezicht. Midden tussen uitgestrekte stukken groen zijn opengegraven terreinen, kale grond, mijnbouwinstallaties en sterk verkleurde waterpartijen zichtbaar.
De foto’s confronteren Suriname daarmee opnieuw met een vraag die al jaren boven de goudsector hangt: hoeveel van het binnenland moet nog worden aangetast voordat ordening ook daadwerkelijk betekent dat er wordt gehandhaafd?
OGS voerde op 23 september een operatie uit in het gebied rond de Afobakadam. Met drones werden locaties vanuit de lucht bekeken, bospaden in kaart gebracht en afstanden en de omvang van gebieden vastgesteld.
Op 1 oktober volgde een tweede operatie in Peling Bergi, nabij Kwakoegron. Daar trof OGS volgens het ministerie een ondernemer aan die verklaarde dat zijn werkzaamheden al enkele dagen waren stilgelegd. De commissie oriënteerde zich op de situatie en wees de ondernemer op de geldende regels en voorschriften.
OGS General Manager Wilson Balansi benadrukt het nut van drones voor het werk van de commissie. Daar valt weinig tegenin te brengen. In moeilijk bereikbare delen van het binnenland kan vanuit de lucht immers veel sneller worden vastgesteld waar mijnbouw plaatsvindt.
Maar juist daar ontstaat de pijnlijke tegenstelling.
Dezelfde beelden waarmee OGS wil laten zien dat het toezicht wordt gemoderniseerd, tonen ook een landschap waarin de gevolgen van mijnbouw moeilijk te missen zijn.
Tussen het groen liggen grote open plekken. Grond is afgegraven en omgewoeld. Op verschillende locaties zijn waterpartijen zichtbaar met een opvallend bruine of modderige kleur.
De foto’s bewijzen op zichzelf niet dat alle zichtbare werkzaamheden illegaal zijn of dat iedere verkleuring door vervuiling is veroorzaakt. Daarvoor is nader onderzoek nodig.
Wat ze wél laten zien, is de fysieke omvang van de ingrepen in het landschap.
En juist daar begint de journalistiek relevante vraag.
Suriname praat al jaren over het ordenen van de goudsector. Mijnbouw in het binnenland is geen nieuw verschijnsel en ook de gevolgen ervan voor bos, bodem en water zijn al lange tijd onderwerp van discussie.
Dat OGS nu met drones moeilijk bereikbare gebieden beter kan controleren, is daarom een stap vooruit. Maar technologie lost een tekort aan handhaving niet automatisch op.
Want wanneer vanuit de lucht een mijnbouwlocatie wordt ontdekt, wat gebeurt er vervolgens?
Wordt onmiddellijk gecontroleerd wie daar werkt? Wordt nagegaan op wiens grond de activiteiten plaatsvinden? Zijn alle vergunningen en toestemmingen aanwezig? Worden milieuregels nageleefd? Wordt onderzocht waar afgegraven materiaal en gewonnen goud naartoe gaan?
En vooral: wat gebeurt er wanneer blijkt dat de regels niet worden nageleefd?
Een waarschuwing alleen herstelt geen afgegraven terrein.
OGS beschikt inmiddels over meer technische mogelijkheden. Binnen het EMISAGS-project ontving de organisatie drones en werden medewerkers opgeleid tot gecertificeerde dronepiloten.
Daarmee wordt het moeilijker om mijnbouwactiviteiten diep in het binnenland volledig buiten het zicht van de overheid te houden.
Maar daarmee stijgt ook de verantwoordelijkheid van diezelfde overheid.
Een drone kan vastleggen wat er gebeurt. Hij kan coördinaten bepalen, gebieden in kaart brengen en beelden verzamelen. Hij kan echter geen mijnbouwoperatie stilleggen, geen boete opleggen en niemand voor de rechter brengen.
Daarvoor zijn bevoegde instanties, controles en consequent optreden nodig.
President Jennifer Simons heeft aangekondigd dat de goudsector verder moet worden geordend. Er moet meer controle komen op goudstromen, illegaliteit moet worden aangepakt en bedrijven die milieuregels overtreden moeten rekening houden met maatregelen.
De beelden uit Brokopondo geven die woorden extra gewicht.
Want de discussie over goud gaat niet alleen over hoeveel geld de sector oplevert en hoeveel daarvan uiteindelijk in de staatskas terechtkomt.
Er is ook een andere rekening.
Die is vanuit de lucht inmiddels duidelijk zichtbaar: opengelegde grond, verdwenen vegetatie en een landschap dat op sommige plaatsen ingrijpend is veranderd.
Of en in welke mate daarbij sprake is van illegale mijnbouw of overtreding van milieuregels, zal per locatie moeten worden vastgesteld. Maar juist daarvoor bestaat toezicht.
Het succes van de nieuwe dronecontroles moet daarom niet worden gemeten aan het aantal vluchten, foto’s of bezochte locaties.
Het wordt pas werkelijk interessant wanneer OGS en andere bevoegde instanties openbaar maken wat na zulke controles gebeurt.
Hoeveel overtredingen zijn geconstateerd? Hoeveel ondernemers zijn gewaarschuwd? Hoeveel activiteiten zijn stilgelegd? Welke zaken zijn voor nader onderzoek doorgestuurd? En waar milieuschade wordt vastgesteld: wie wordt verantwoordelijk gehouden voor herstel?
Zonder antwoorden op die vragen dreigt moderne technologie vooral een betere manier te worden om vast te leggen wat al misgaat.
De drones vliegen. De mijnbouw is vanuit de lucht zichtbaar. Nu moet de overheid laten zien dat ordening méér betekent dan kijken en registreren.