
Suriname zou op dit moment meer elektriciteit uit het Afobakastuwmeer kunnen opwekken en daarmee de druk op de stroomvoorziening kunnen verminderen. Toch wordt daar bewust niet voor gekozen. Dat heeft minister van Natuurlijke Hulpbronnen David Abiamofo dinsdag in De Nationale Assemblee verklaard.
Volgens de minister is het technisch mogelijk om momenteel meer hydro-elektriciteit op te wekken. De regering en verantwoordelijke instanties willen echter voorkomen dat daardoor te veel water uit het stuwmeer wordt gebruikt en Suriname later dit jaar met een nog groter energieprobleem wordt geconfronteerd.
„Op dit moment zouden we niet bij toerbeurt buurten hoeven uit te schakelen. Theoretisch kunnen we meer stroom opwekken”, zei Abiamofo.
Tijdens zijn verdere beantwoording kwam Abiamofo ook met concrete cijfers. De totale elektriciteitsproductie ligt volgens hem momenteel rond de 254 megawatt, terwijl de vraag ongeveer 280 megawatt bedraagt.
Daarmee kampt het systeem op dit moment met een tekort van ongeveer 26 megawatt.
Maar volgens de minister is het werkelijke probleem groter dan alleen dat verschil. Een elektriciteitsbedrijf zou normaal gesproken ook over extra reservecapaciteit moeten beschikken om onverwachte storingen of het uitvallen van een productie-eenheid op te kunnen vangen. Die buffer is er momenteel niet.
Abiamofo herhaalde daarbij dat technisch gezien meer waterkracht kan worden ingezet om de huidige load shedding te beperken.
„Technisch kunnen we op dit moment niet aan load shedding doen. We kunnen per definitie meer water, meer hydro-energie opwekken”, verklaarde hij.
Volgens de minister moet bij het beheer van het stuwmeer niet alleen naar de situatie van vandaag worden gekeken. Suriname bevindt zich in de droge periode en het is volgens hem onzeker hoeveel regen tijdens de komende kleine regentijd zal vallen.
Meer elektriciteit produceren via Afobaka betekent tegelijkertijd dat meer water uit het stuwmeer stroomt. Wanneer nu te veel water wordt gebruikt en de regen later tegenvalt, kunnen de problemen volgens Abiamofo tegen het einde van het jaar of begin volgend jaar aanzienlijk groter worden.
Het beleid is daarom erop gericht voldoende water beschikbaar te houden om minimaal ongeveer 110 megawatt aan vermogen te kunnen blijven leveren.
De regering kijkt ondertussen ook naar maatregelen om de vraag naar elektriciteit terug te dringen. Een opvallende mogelijkheid die Abiamofo noemde, is het opnieuw naar huis sturen van ambtenaren.
Een dergelijke maatregel werd volgens hem eerder toegepast toen het elektriciteitsnet eveneens onder zware druk stond.
„We hebben ambtenaren ook eerder naar huis gestuurd. Het heeft toen gewerkt. En dat overwegen we ook”, zei de minister.
De gedachte daarachter is dat een lager elektriciteitsverbruik bij overheidsgebouwen de druk op het systeem kan verminderen. Abiamofo benadrukte dat Suriname het voorlopig moet doen met de beschikbare productiecapaciteit.
Abiamofo weersprak daarnaast de suggestie dat de huidige load shedding het gevolg is van de hoge kosten van brandstof.
„Het heeft niets daarmee te maken”, stelde hij.
Volgens de minister ligt het probleem voornamelijk bij de beschikbare opwekkingscapaciteit in combinatie met de sterk stijgende vraag naar elektriciteit tijdens de droge periode. Door hogere temperaturen worden onder andere airconditioners intensiever gebruikt, waardoor het stroomverbruik stijgt.
Tegelijkertijd staat de productie van waterkracht onder druk doordat het waterniveau van het stuwmeer tijdens de droge periode daalt.
EBS maakte eerder bekend dat het elektriciteitsverbruik de afgelopen weken sterker is gestegen dan voorspeld. Het bedrijf waarschuwde bovendien dat momenteel geen reservevermogen beschikbaar is. Daardoor kan een onverwachte storing of uitval van een productie-eenheid ertoe leiden dat nog meer gebieden tijdelijk zonder elektriciteit komen te zitten.
Abiamofo erkende ook dat het voor burgers lastig is dat zij niet altijd vooraf weten wanneer hun buurt wordt afgeschakeld.
Volgens hem beschikt EBS wel over dagelijkse overzichten, maar is het door het ontbreken van reservecapaciteit moeilijk om zich strikt aan een schema te houden.
Wanneer ergens in het systeem onverwacht een storing ontstaat of een productie-eenheid uitvalt, moet volgens de minister onmiddellijk meer worden afgeschakeld. Daardoor kunnen grotere gebieden zonder elektriciteit komen te zitten dan aanvankelijk voorzien.
Opvallend is ook dat Abiamofo aangaf dat onderhoudswerkzaamheden waar mogelijk worden uitgesteld om load shedding zoveel mogelijk te beperken.
Volgens hem kan het uitschakelen van capaciteit voor onderhoud onder de huidige omstandigheden extra druk leggen op het elektriciteitsnet.
De minister waarschuwde tegelijkertijd dat storingen juist grotere gevolgen kunnen hebben wanneer het systeem zwaar wordt belast. Een storing die onder normale omstandigheden beperkt zou blijven, kan er dan toe leiden dat grotere gebieden zonder elektriciteit komen te zitten en dat herstel langer duurt.
De huidige load shedding beperkt zich volgens Abiamofo tot het EPAR-gebied. Daaronder vallen Paramaribo, Wanica, Para en Commewijne. EBS rekent ook Saramacca tot het EPAR-gebied.
Voor Nickerie schetste de minister een ander beeld. Daar zijn recent twee nieuwe Caterpillar-generatoren aangeschaft en zou de stroomvoorziening momenteel voldoende zijn.
Voor de langere termijn moet de productiecapaciteit worden uitgebreid. Abiamofo erkende dat Suriname al jaren weet dat nieuwe investeringen noodzakelijk zijn.
„Je bouwt een energiecentrale niet met de mond”, hield hij het parlement voor.
Volgens de minister werkt zowel EBS als Staatsolie aan nieuwe projecten. EBS zou binnenkort met een tender voor zonne-energie komen, terwijl Staatsolie eveneens bezig is met solarprojecten.
Die investeringen veranderen echter niets aan het onmiddellijke probleem. Op dit moment staat tegenover een vraag van ongeveer 280 megawatt slechts ongeveer 254 megawatt aan productie.
Tegelijkertijd kiest de regering ervoor niet maximaal gebruik te maken van de mogelijkheid om extra waterkracht op te wekken. Daarmee probeert zij te voorkomen dat het waterniveau in het stuwmeer zodanig daalt dat Suriname later dit jaar of begin volgend jaar met een veel ernstiger elektriciteitstekort wordt geconfronteerd.
Voorlopig blijft de samenleving daarom afhankelijk van load shedding, energiebesparing en de hoop op voldoende regen tijdens de kleine regentijd.