
PARAMARIBO – Minister André Misiekaba van Volksgezondheid, Welzijn en Arbeid vindt dat de berichtgeving over geïmporteerde malariagevallen onnodige paniek heeft veroorzaakt. Tegelijkertijd bevestigt zijn eigen ministerie dat het aantal gevallen is toegenomen. Daarmee draait de kwestie niet alleen om het behoud van de malariavrije status, maar ook om de onderbouwing van zijn kritiek en de financiering van de preventie vanaf 2027.
Tijdens zijn beantwoording in De Nationale Assemblée verklaarde Misiekaba dat hij contact had opgenomen met een lid van het deskundigenbestuur dat betrokken is bij het voorkomen van herintroductie van malaria. Hij had daarbij zijn ongenoegen uitgesproken over de manier waarop informatie naar buiten was gebracht.
Volgens de minister zijn geïmporteerde gevallen eerder voorgekomen en bestaan er vaste protocollen om patiënten op te sporen en te behandelen. Hij zei de deskundigen te hebben gevraagd voortaan via het ministerie te communiceren.
Welke concrete cijfers of passages uit de bekritiseerde berichtgeving volgens hem onjuist waren, maakte hij tijdens deze beantwoording niet duidelijk.
De waarschuwing over malaria staat echter niet los van de officiële informatie van het ministerie. Directeur Volksgezondheid Rakesh Gajadhar Sukul verklaarde op 22 oktober tegenover de Communicatie Dienst Suriname dat gemiddeld tien geïmporteerde malariagevallen per maand worden geregistreerd. In sommige maanden ligt het aantal boven de vijftien.
Volgens die overheidspublicatie zijn dit jaar aanzienlijk meer gevallen vastgesteld dan in dezelfde periode vorig jaar. Het ministerie roept daarom zelf op tot alertheid.
Gajadhar Sukul wees daarbij op het risico dat een besmette persoon in Suriname door een muskiet wordt gestoken, waarna verdere overdracht kan ontstaan. Vroege opsporing en behandeling moeten voorkomen dat malaria opnieuw lokaal wordt verspreid.
De stijging van importgevallen en het behoud van de malariavrije status kunnen dus tegelijkertijd werkelijkheid zijn. Dat onderscheid is essentieel om de discussie te begrijpen.
Suriname ontving op 30 juni 2025 de malariavrije certificering van de Wereldgezondheidsorganisatie. Die erkenning betreft het doorbreken van de inheemse overdracht van malaria. Mensen die in het buitenland besmet raken en vervolgens Suriname binnenkomen, betekenen niet automatisch dat die status verloren gaat.
Op dat punt heeft Misiekaba gelijk: geïmporteerde gevallen zijn op zichzelf geen bewijs van hernieuwde lokale overdracht.
Dat neemt de noodzaak van waarschuwingen niet weg. Juist om lokale verspreiding te voorkomen, moeten besmettingen tijdig worden herkend en behandeld. De officiële overheidspublicatie noemt bewustwording onder de bevolking nadrukkelijk als onderdeel van die aanpak.
De ministeriële kritiek op de communicatie weerlegt daarmee niet de vastgestelde toename. In de geraadpleegde berichtgeving is overigens geen hernieuwde lokale overdracht aangetoond.
Ook de overgang naar nationale financiering speelt een belangrijke rol. Misiekaba verklaarde in DNA dat de ondersteuning van het Global Fund voor de betreffende operaties eind 2026 afloopt.
Die ontwikkeling was al maanden bekend. Bij de installatie van de Commissie ter Preventie van Herintroductie van Malaria op 23 februari 2026 meldde de overheid al dat de financiering dat jaar zou eindigen. Een malariafonds met bijdragen van overheid en bedrijfsleven moest de continuïteit helpen waarborgen.
In augustus berichtte de regering vervolgens dat een Nationaal Malariafonds was opgericht.
Volgens Misiekaba heeft het ministerie zich verbonden aan een jaarlijkse bijdrage van SRD 18 miljoen. Hij verklaarde hiervoor voorzieningen te hebben getroffen in de begroting voor 2027 en een fonds bij de Nationale Ontwikkelingsbank te hebben opgezet.
Bedrijven die in het binnenland actief zijn, waaronder goudbedrijven en toeleveranciers, zouden eveneens ondersteuning hebben toegezegd. Daarnaast zoekt de minister aanvullende buitenlandse financiering.
Tijdens de beantwoording presenteerde hij echter geen volledige kostenraming of overzicht van de bedrijfsbijdragen. Daardoor werd niet inzichtelijk welk deel van de uitvoering door de overheid wordt gedekt en hoeveel aanvullende financiering nog nodig is.
Misiekaba verwacht dat het overheidsbedrag, aangevuld met ondernemersbijdragen, voldoende zal zijn. Mocht meer geld nodig blijken, dan wil hij opnieuw bij het parlement aankloppen.
De minister benadrukte dat hij malaria niet bagatelliseert. Hij verwees naar zijn eigen ziekte-ervaring in 1995 en beloofde de malariavrije status te verdedigen.
Voor een beoordeling van de situatie ontbreken in zijn beantwoording echter belangrijke gegevens: het exacte aantal importgevallen over vergelijkbare perioden, de totale jaarlijkse programmakosten en de omvang van vastgelegde bedrijfsbijdragen.
Zolang die informatie niet volledig beschikbaar is, blijven twee zaken naast elkaar staan: de minister wil onrust voorkomen, terwijl zijn eigen ministerie een stijging bevestigt die blijvende waakzaamheid noodzakelijk maakt.