
Suriname duikt op als belangrijke schakel in een nieuwe cocaïnecorridor die het noorden van Colombia via Suriname en Frans-Guyana verbindt met de Braziliaanse deelstaat Amapá. Dat blijkt uit onderzoek van de Global Initiative Against Transnational Organized Crime (GI-TOC), dat de verschuivende drugsroutes in het Amazonegebied in kaart heeft gebracht.
Volgens de onderzoekers is de route nog in ontwikkeling, maar biedt zij internationale drugsnetwerken een nieuwe toegang tot de noordelijke kust van Brazilië. Vooral de combinatie van moeilijk toegankelijk regenwoud, uitgestrekte riviersystemen, clandestiene landingsbanen en beperkte controle maakt het gebied aantrekkelijk voor criminele organisaties.
De beschreven route begint in het noorden van Colombia. Cocaïne wordt volgens GI-TOC per vliegtuig of over water naar Suriname gebracht. Vanuit Suriname kunnen de partijen vervolgens verschillende kanten op.
Een deel zou met kleine vliegtuigen naar clandestiene landingsbanen in Amapá worden vervoerd. Een andere route loopt via het rivierennetwerk tussen Suriname en Frans-Guyana. Braziliaanse criminelen die actief zijn rond illegale goudmijnen zouden vervolgens betrokken zijn bij het overbrengen van partijen cocaïne over de Oiapoque-rivier naar Brazilië.
Ook de grens tussen Suriname en Frans-Guyana vormt daarbij een kwetsbare zone. GI-TOC beschrijft de bijna 600 kilometer lange Marowijnegrens als bijzonder moeilijk te controleren. Rond Albina en Saint-Laurent-du-Maroni vinden dagelijks grote aantallen reguliere rivierbewegingen plaats, waardoor illegale transporten zich tussen normaal personen- en goederenverkeer kunnen mengen.
De ontwikkeling is relevant omdat Amapá volgens het onderzoek een steeds belangrijkere positie inneemt in de internationale cocaïnehandel. Vanuit het gebied kunnen partijen verder worden vervoerd richting de Atlantische Oceaan en uiteindelijk andere continenten.
GI-TOC wijst daarbij onder meer op de haven van Santana. Drugscriminelen maken gebruik van verschillende methoden om cocaïne op zeeschepen te krijgen. Tegelijkertijd is de aanwezigheid van opsporingsdiensten in grote delen van Amapá beperkt, terwijl het te controleren gebied enorm is.
Opvallend is ook de verwevenheid tussen drugshandel en illegale goudwinning. Dezelfde afgelegen gebieden, transportverbindingen en logistieke netwerken die voor goudwinning worden gebruikt, kunnen eveneens worden ingezet voor cocaïnetransport.
Dat Suriname binnen internationale cocaïnestromen wordt genoemd, staat niet op zichzelf. In juli onderschepten de Braziliaanse federale politie en marine een vissersvaartuig met maar liefst 3.748 kilo cocaïne.
De partij had volgens de Braziliaanse autoriteiten een geschatte waarde van ongeveer 500 miljoen Braziliaanse real. Vier Brazilianen werden aangehouden. De boot zou onderweg zijn geweest richting Guinee in Afrika.
Opvallend is dat de Braziliaanse federale politie daarbij zelf sprak over de “rota do Suriname”, oftewel de Surinameroute. Volgens de politie wordt deze route in toenemende mate gebruikt door criminele organisaties om cocaïne vanuit het Amazonegebied naar het buitenland te vervoeren.
Ook in juni voerde de Braziliaanse federale politie in Oiapoque een operatie uit tegen een organisatie die werd verdacht van internationale drugshandel. In berichtgeving over die operatie werd melding gemaakt van drugs die vanuit Suriname naar de regio zouden worden gebracht.
De bevindingen roepen daarmee ook vragen op voor de Surinaamse autoriteiten.
Wanneer internationale onderzoekers beschrijven dat cocaïne vanuit Colombia Suriname binnenkomt en vervolgens met kleine vliegtuigen, boten en via grensrivieren verder wordt vervoerd, is de vraag hoeveel zicht de Surinaamse veiligheidsdiensten hebben op deze bewegingen.
Met name de controle op afgelegen vliegstrips, rivieren, het binnenland en de grens met Frans-Guyana wordt daarmee opnieuw relevant.
Het onderzoek stelt niet dat Suriname de enige of belangrijkste cocaïneroute in de regio is. De nieuwe corridor bevindt zich volgens GI-TOC nog in een vroeg stadium. Juist de mogelijkheid om bestaande routes te omzeilen, maakt de ontwikkeling echter belangrijk.
De kernvraag voor Suriname is daarom niet alleen óf het land op internationale kaarten van drugsnetwerken voorkomt, maar ook hoeveel grip de autoriteiten hebben op een route die volgens buitenlandse onderzoekers steeds duidelijker vorm begint te krijgen.