
PARAMARIBO – De Surinaamse wetswijziging biedt diasporasporters geen algemene garantie op behoud van het Nederlanderschap. Dat blijkt uit een ministerieverklaring aan de NOS. RINIEUWS berichtte op 7 september al over waarschuwingen voor dit risico.
Het Nederlandse ministerie van Justitie en Veiligheid laat aan de NOS weten dat de gevolgen per persoon worden beoordeeld volgens de Nederlandse nationaliteitswetgeving. De woordvoerder stelt:
“Enkel het feit dat de Surinaamse nationaliteit van rechtswege wordt verkregen, is niet voldoende om in een van de wettelijke uitzonderingscategorieën te vallen.”
Volgens dezelfde reactie waren het ministerie en de Immigratie- en Naturalisatiedienst niet betrokken bij de totstandkoming van de wetswijziging.
De Nationale Assemblée nam de wetswijziging op 8 september 2026 met 29 algemene stemmen aan. Het initiatief kwam van leden in DNA. Volgens de officiële toelichting van DNA moest de regeling topsporters van Surinaamse origine toegang geven tot het Surinaamse staatsburgerschap zonder verlies van hun andere nationaliteit.
De gekozen route draait om het verkrijgen van het Surinamerschap van rechtswege. Daarmee moest worden voorkomen dat een sporter een gewone naturalisatieaanvraag moet doen en zo vrijwillig een andere nationaliteit aanneemt. Juist dat vrijwillige karakter kan onder de Nederlandse wet gevolgen hebben.
Op 7 september berichtte RINIEUWS over de bedenkingen van leden in DNA. Zij steunden het faciliteren van diasporaspelers, maar betwijfelden of de juridische constructie voldoende bescherming bood. Zouden Nederlandse autoriteiten het aanleveren van documenten, het accepteren van een selectie of andere medewerking alsnog als een vrijwillige verkrijging van een andere nationaliteit kunnen beoordelen?
Leden in DNA vroegen daarom of vooraf formele juridische afstemming had plaatsgevonden en deskundig advies was ingewonnen. Ook drongen zij aan op overleg met de betrokken landen: Suriname bepaalt wie Surinamer wordt, maar Nederland beslist zelfstandig over behoud of verlies van het Nederlanderschap.
Uit het officiële DNA-verslag van 8 september blijkt dat bij de aanneming werd erkend dat Suriname niet voor andere landen kan beslissen. Daarbij werd de hoop uitgesproken dat de aanpassingen het gewenste resultaat zouden opleveren. De voorzitter van DNA wees er bovendien op dat nog stappen nodig waren voordat de regeling daadwerkelijk in werking kon treden.
Volgens de IND kan een meerderjarige automatisch het Nederlanderschap verliezen door vrijwillig een andere nationaliteit aan te nemen. Daarvoor is geen afzonderlijke verklaring nodig waarmee iemand uitdrukkelijk afstand doet van het Nederlanderschap. Er bestaan wel wettelijke uitzonderingen, onder meer voor bepaalde situaties rond geboorte, eerder verblijf tijdens de minderjarigheid en een huwelijk of geregistreerd partnerschap.
Het uitkomen voor een buitenlandse nationale ploeg is dus op zichzelf niet de hier bedoelde wettelijke verliesgrond. Beslissend is hoe iemand de andere nationaliteit heeft verkregen en welke regels op die persoon van toepassing zijn.
Jean-Paul Boëtius moet volgens zijn verklaring aan de NOS zijn Nederlandse paspoort inleveren. Hij speelde al in 2025 voor Suriname. Zijn geval toont op zichzelf geen nationaliteitsverlies door de septemberregeling aan.
Voor de verdere controle zijn twee vragen nodig: hoe worden spelers geholpen die hun Nederlanderschap eerder verloren, en welke zekerheid bestaat voor sporters die onder de nieuwe regeling vallen?
Aan regering en initiatiefnemers ligt daarnaast de vraag voor met welke Nederlandse instanties of deskundigen is afgestemd, wat schriftelijk is bevestigd en welke voorbehouden aan spelers zijn meegedeeld.
De ministerieverklaring sluit contact met andere Nederlandse partijen niet uit. Om de waarde van eventueel overleg te beoordelen, moeten de inhoud en juridische betekenis ervan openbaar worden gemaakt.