
DNA-lid Kasdjo ondersteunt het maatschappelijke doel van de voorgestelde wijziging van de Surinaamse nationaliteitswet, maar waarschuwt dat de gekozen juridische constructie waterdicht moet zijn. Vooral voor diaspora-topsporters met de Nederlandse nationaliteit mogen later geen onverwachte gevolgen ontstaan.
Tijdens de behandeling van het initiatiefvoorstel in De Nationale Assemblée maakte Kasdjo duidelijk dat hij positief staat tegenover het streven om topsporters van Surinaamse origine makkelijker voor Suriname te laten uitkomen.
Volgens hem heeft sport een bijzondere verbindende kracht en kunnen internationale prestaties van Surinaamse sporters bijdragen aan nationale trots en eenheid.
Maar achter het sportieve doel ziet Kasdjo een reeks staatsrechtelijke en juridische vraagstukken die volgens hem niet mogen worden onderschat.
Het wetsvoorstel, ingediend door de leden E. Jones, Rijmen, Lau en Sampi, moet onder meer mogelijk maken dat bepaalde topsporters het Surinaamserschap van rechtswege verkrijgen.
Juist die constructie is belangrijk voor sporters die ook de Nederlandse nationaliteit bezitten.
Kasdjo wees erop dat de Nederlandse nationaliteitswetgeving onder bepaalde omstandigheden kan leiden tot verlies van het Nederlanderschap wanneer iemand vrijwillig een andere nationaliteit verkrijgt.
Het Surinaamse wetsvoorstel probeert dat probleem te ondervangen door de nationaliteit niet via een gewone naturalisatieprocedure toe te kennen, maar van rechtswege.
Volgens de gekozen constructie zou daardoor geen sprake zijn van een actieve wilsdaad van de sporter.
Kasdjo wil echter weten hoe sterk die redenering juridisch werkelijk staat wanneer Nederlandse autoriteiten daar anders tegenaan kijken.
Hij stelde de vraag wat er gebeurt als de Nederlandse Immigratie- en Naturalisatiedienst of een Nederlandse rechter later oordeelt dat bijvoorbeeld het accepteren van een selectie, het aanleveren van documenten of andere medewerking van de sporter toch moet worden gezien als een stilzwijgende wilsdaad.
Daarmee raakt Kasdjo een van de gevoeligste punten in het wetsvoorstel: kan Suriname garanderen dat een speler die voor de nationale selectie kiest, niet achteraf problemen krijgt met zijn Nederlandse paspoort?
Het DNA-lid wil daarom weten of hierover vooraf formele juridische afstemming heeft plaatsgevonden of deskundig advies is ingewonnen.
Volgens Kasdjo moet worden voorkomen dat topsporters pas jaren later ontdekken dat de nieuwe regeling gevolgen heeft gehad voor hun rechtspositie in Nederland.
Ook het begrip ‘staatsbelang’ roept bij hem vragen op.
In het wetsvoorstel kan het Surinaamserschap worden toegekend wanneer het in het staatsbelang is dat een topsporter voor Suriname uitkomt.
Maar Kasdjo vraagt welke objectieve maatstaven de president en de regering straks gebruiken om dat staatsbelang vast te stellen.
Hij wil weten of het uitsluitend gaat om officiële vertegenwoordiging van Suriname tijdens erkende internationale toernooien of dat de bepaling veel ruimer kan worden toegepast.
Volgens hem moet worden voorkomen dat een ruime formulering leidt tot een te grote discretionaire bevoegdheid bij de uitvoerende macht.
Ook over de definitie van een topsporter vraagt Kasdjo meer duidelijkheid.
Het voorgestelde artikel 16b omschrijft een topsporter onder meer als iemand die op professionele basis of op het hoogste internationale niveau actief is, bijvoorbeeld via een dienstverband met een professionele club of deelname aan een internationaal toernooi.
Kasdjo wees erop dat zo’n definitie niet zonder meer aansluit op iedere sportdiscipline.
Bij individuele sporten en bepaalde amateursporten kan iemand immers tot de internationale top behoren zonder een formeel contract bij een profclub te hebben.
Hij wil daarom weten hoe in dergelijke gevallen wordt bepaald wie wel en wie niet als topsporter wordt aangemerkt.
Volgens Kasdjo moet de wet voldoende duidelijke criteria bevatten om willekeur te voorkomen.
Ook de bepaling over Surinaamse origine kwam aan bod.
Het wetsvoorstel koppelt dit onder meer aan de Personen van Surinaamse Afkomst-wet. Een sporter kan in aanmerking komen wanneer hij PSA-gerechtigde is of afstamt van iemand die daaronder valt.
Kasdjo wil weten welke documenten straks nodig zijn om die afstamming juridisch aan te tonen.
Daarnaast vraagt hij zich af of het ministerie van Binnenlandse Zaken voldoende capaciteit heeft om zulke dossiers snel te controleren en af te handelen.
Dat kan volgens hem vooral belangrijk worden wanneer een internationaal sporttoernooi nadert en een speler op korte termijn speelgerechtigd moet worden.
Kasdjo plaatste daarnaast vraagtekens bij de mogelijkheid om het Surinaamserschap met terugwerkende kracht toe te kennen.
Volgens het voorstel kan de president in bepaalde situaties bepalen dat de nationaliteit vanaf een datum in het verleden geldt wanneer dit noodzakelijk is voor deelname aan een toernooi.
Kasdjo wil weten wat daarvan de staatsrechtelijke én sportrechtelijke gevolgen zijn.
Hij vroeg onder andere of internationale sportorganisaties zoals FIFA, World Athletics en het Internationaal Olympisch Comité dergelijke besluiten met terugwerkende kracht zonder problemen accepteren bij het bepalen van de speel- of deelnamegerechtigdheid van sporters.
Ook de overgangsregeling kreeg stevige aandacht.
Sporters die eerder via naturalisatie Surinamer zijn geworden, zouden binnen twee jaar na inwerkingtreding van de wet alsnog onder de nieuwe regeling kunnen worden gebracht. Daarbij zou het oorspronkelijke naturalisatiebesluit vervallen.
Kasdjo wil weten hoe de regering gaat vaststellen welke sporters daarvoor in aanmerking komen.
Daarnaast vraagt hij hoe wordt voorkomen dat het vervallen van een eerder naturalisatiebesluit gevolgen krijgt voor rechten die een sporter ondertussen op basis van dat besluit heeft opgebouwd.
De termijn van twee jaar vindt Kasdjo eveneens een punt van aandacht.
Hij vraagt zich af of die periode lang genoeg is om alle betrokken topsporters in de diaspora te bereiken en hun dossiers volledig af te handelen.
Ook wil hij weten wat er gebeurt met personen die door gebrek aan informatie pas na het verstrijken van die termijn ontdekken dat zij voor de regeling in aanmerking hadden kunnen komen.
Tot slot vroeg Kasdjo aandacht voor de openbaarheid van de besluiten.
Volgens het voorstel moeten besluiten waarbij het Surinaamserschap op deze bijzondere grond wordt toegekend, worden bekendgemaakt in het Advertentieblad van de Republiek Suriname.
Kasdjo wil weten of die publicatie voldoende is om zowel De Nationale Assemblée als de samenleving inzicht te geven in wie via deze uitzonderingsregeling de Surinaamse nationaliteit heeft gekregen.
Zijn boodschap tijdens de behandeling was daarmee tweeledig.
Kasdjo ondersteunt het streven om Surinaamse diaspora-topsporters beschikbaar te maken voor de nationale sportselecties, maar vindt dat enthousiasme over sportieve kansen niet ten koste mag gaan van juridische zekerheid.
Een wet die bedoeld is om deuren voor sporters te openen, moet volgens hem voorkomen dat zij later worden geconfronteerd met problemen rond hun Nederlandse nationaliteit, opgebouwde rechten of internationale speelgerechtigdheid.