
VHP-parlementariër Mahinder Jogi wil precies weten welke invloed president Jennifer Simons heeft gehad op de wijziging van de nationaliteitswet die momenteel in De Nationale Assemblée wordt behandeld. Tijdens zijn bijdrage vroeg hij de Commissie van Rapporteurs niet alleen waarom het staatshoofd is gehoord, maar ook welke aanbevelingen van Simons uiteindelijk in het wetsvoorstel terecht zijn gekomen.
“Is de president gehoord op eigen verzoek of heeft de commissie het nodig geacht om de president te horen?”, vroeg Jogi. Vervolgens wilde hij weten welke aanbevelingen van de president zijn ingebracht in het oorspronkelijke ontwerp zoals dat door de initiatiefnemers was voorbereid.
Daarmee legt Jogi een vraag op tafel die tijdens de behandeling nadrukkelijker wordt: welke wijzigingen zijn tijdens de voorbereiding van het wetsvoorstel aangebracht en welke rol heeft president Simons daarbij gespeeld?
Jogi twijfelt aan bescherming diaspora-speler
Jogi plaatste daarnaast forse vraagtekens bij de juridische bescherming die de wet aan diaspora-sporters moet bieden. Het doel is om personen met bijzondere verdiensten op het gebied van onder meer sport makkelijker het Surinamerschap te laten verkrijgen, maar volgens Jogi is daarmee nog niet automatisch geregeld wat er met hun andere nationaliteit gebeurt.
Suriname kan volgens hem zelfstandig bepalen wie Surinamer wordt. Maar Nederland en andere landen bepalen eveneens zelfstandig onder welke voorwaarden iemand hun nationaliteit behoudt of verliest.
Daarom vindt Jogi dat Suriname eerst serieus overleg moet voeren met landen waar potentiële diaspora-spelers staatsburger zijn. “Landen hebben afspraken met elkaar. Landen hebben verdragen met elkaar. Landen hebben overeenkomsten met elkaar”, hield hij het parlement voor.
Volgens hem heeft het weinig zin een wet aan te nemen die een speler op Surinaams grondgebied bescherming lijkt te geven, terwijl diezelfde speler elders mogelijk met gevolgen wordt geconfronteerd.
“Wij proberen iets hier te maken in het parlement en denken dat wij daarmee het belang van die voetballer in Nederland beschermen”, zei Jogi. Zijn conclusie was scherp: “Het concept hier, de wet hier, voorzitter, als dit wordt goedgekeurd zo, beschermt het geen enkel belang.”
Ook staatsschuld ontploft in debat
De discussie beperkte zich niet tot nationaliteit. Toen vanuit de vergaderzaal opmerkingen werden gemaakt over de financiële erfenis van vorige regeringen, sloeg het debat kort om naar de staatsschuld.
Jogi stelde dat de staatsschuld aan het einde van de periode 2010-2020 volgens hem lager was dan de schuld waarmee de regering-Simons inmiddels wordt geconfronteerd. Hij riep andere leden op de cijfers van de Centrale Bank van Suriname en de officiële staatsschuldgegevens erbij te halen.
“Laat men de stukken gaan doornemen, laat men de documenten erop naslaan”, zei hij.
De woorden sluiten aan bij eerdere kritiek van Jogi op het leenbeleid van de huidige regering. Hij stelde eerder dit jaar dat de regering-Simons in ongeveer een jaar tijd rond US$1 miljard zou hebben geleend. Die bewering zorgde toen eveneens voor politieke discussie.
Jogi maakte tijdens het huidige debat duidelijk dat hij bereid is die financiële discussie opnieuw aan te gaan. “We zullen dieper op die dingen ingaan”, waarschuwde hij.
Jharap zorgt voor nieuwe confrontatie
Jogi bracht tijdens zijn bijdrage ook voormalig Staatsolie-directeur Eddie Jharap ter sprake. Volgens hem praat het parlement nu over personen die buitengewone verdiensten hebben bewezen of nog kunnen bewijzen, terwijl Surinamers die hun bijdrage al lang hebben geleverd onvoldoende erkenning krijgen.
Hij herhaalde daarom zijn eerdere voorstel om een standbeeld voor Jharap op te richten. Jogi wees daarbij op de rol die de voormalige Staatsolie-topman heeft gespeeld bij de ontwikkeling van het staatsoliebedrijf en het vertrouwen in Surinames eigen mogelijkheden in de olie-industrie.
Dat viel niet bij iedereen goed. Vanuit het parlement werd een punt van orde gemaakt, omdat een discussie over een standbeeld volgens andere leden weinig met de nationaliteitswet te maken had.
Jogi hield echter voet bij stuk. Juist omdat artikel 16b spreekt over buitengewone verdiensten, vindt hij dat ook gesproken mag worden over mensen die hun verdiensten voor Suriname al hebben bewezen.
‘Met arrogantie gaat u het niet bereiken’
Voor Jogi blijft uiteindelijk de juridische positie van de diaspora-speler doorslaggevend. Hij benadrukte dat hij het doel om sterke spelers voor Suriname beschikbaar te krijgen niet afwijst, maar dat het doel volgens hem alleen kan worden bereikt door juridische zekerheid en overleg.
“Je wil die sporters hier halen naar Suriname om een bijdrage te leveren. Met arrogantie gaat u dat niet bereiken. Alleen door praten”, zei hij.
En aan het einde van zijn waarschuwing volgde misschien wel zijn opvallendste uitspraak van de avond:
“We lasa pakara en we las lan satu.”
Vrij vertaald komt Jogi’s waarschuwing erop neer dat Suriname moet oppassen niet aan beide kanten te verliezen: een wet aannemen, maar uiteindelijk alsnog het beoogde resultaat niet bereiken.
De bal ligt daarmee niet alleen bij de initiatiefnemers. Jogi wil ook weten wat president Simons precies heeft ingebracht, hoe diaspora-spelers juridisch worden beschermd en of het parlement voldoende heeft onderzocht wat de wet buiten Suriname kan veroorzaken.