
Paramaribo/Den Haag – Surinaamse diplomatieke en dienstpaspoorthouders krijgen uitzicht op visumvrij reizen naar Nederland, België en Luxemburg. Maar aan die vrijstelling zit een juridische voorwaarde: zij kan niet eerder ingaan dan de overeenkomst over terug- en overname van mensen zonder rechtmatig verblijf. Voor gewone Surinaamse paspoorthouders bevat het pakket geen vergelijkbare reisvrijheid.
Die samenhang roept vragen op over de politieke belangenafweging. Wat heeft Suriname toegezegd, wat verandert er bij terugkeer en welke concrete vooruitgang krijgt de gewone burger? RINIEUWS heeft hierover schriftelijke vragen gestuurd aan de Nederlandse ministeries van Buitenlandse Zaken en Justitie en Veiligheid.
Twee verdragen die bij elkaar horen
De overeenkomsten werden op 14 februari 2025 in Brussel ondertekend. Namens Suriname tekende toenmalig minister Albert Ramdin. De Benelux Unie presenteerde beide afspraken gezamenlijk: gemakkelijker terugkeer van mensen zonder rechtmatig verblijf en visumvrijstelling voor diplomatieke en dienstpaspoorthouders.
De Nederlandse toelichting bevestigt dat gelijktijdig over beide overeenkomsten is onderhandeld. Daarin staat ook dat Nederland een sterke wens had om beide verdragen te sluiten. De terugnameovereenkomst past volgens die toelichting binnen het Nederlandse terugkeerbeleid.
Het verband is daarmee aantoonbaar. Of de visumvrijstelling tijdens de onderhandelingen als concrete tegenprestatie voor terugnamesamenwerking is aangeboden, is een van de vragen die RINIEUWS aan de Nederlandse overheid heeft voorgelegd.
De juridische koppeling
Artikel 12, tweede lid, van het visumvrijstellingsverdrag bepaalt dat de vrijstelling moet wachten wanneer de terugnameovereenkomst nog niet in werking is getreden. Diplomatieke reisvrijheid kan dus niet op de terugnameafspraak vooruitlopen.
De vrijstelling betreft verblijf van maximaal negentig dagen binnen honderdtachtig dagen in de Benelux. Zij geldt wederzijds voor houders van diplomatieke en dienstpaspoorten.
Dat maakt de vraag relevant waarom juist deze categorie reizigers een vastgelegde vrijstelling krijgt, terwijl voor gewone paspoorthouders verdere onderhandelingen nodig blijven.
Ook mensen zonder Surinaamse nationaliteit
De terugnameovereenkomst regelt de terugname van eigen onderdanen die niet of niet langer aan de verblijfsvoorwaarden bij de andere partij voldoen. Hun nationaliteit moet worden aangetoond of met bewijs aannemelijk worden gemaakt.
Daarnaast voorziet artikel 3 onder voorwaarden in overname van mensen met een andere nationaliteit. Daarbij gaat het om personen die een geldige verblijfstitel van de aangezochte staat hebben, of die bij binnenkomst in de verzoekende staat hadden. Een uitzondering geldt wanneer de verzoekende staat zelf een verblijfstitel met een langere geldigheidsduur heeft afgegeven.
Suriname kan daardoor onder bepaalde omstandigheden ook worden gevraagd iemand zonder Surinaamse nationaliteit over te nemen. Het verdrag geeft geen algemene toestemming om willekeurig migranten naar Suriname te sturen. Internationale rechten en verplichtingen blijven van toepassing.
RINIEUWS heeft gevraagd hoe deze voorwaarden worden gecontroleerd en welke afspraken bestaan over kosten, begeleiding en bescherming van betrokkenen.
Eerder aangekondigd als opstap
De afspraken zijn eerder op 15 februari 2025 openbaar gemaakt over beide overeenkomsten. Volgens het toenmalige onderhandelingsteam zou het pakket de weg openen naar toekomstige onderhandelingen over algemene visumafschaffing binnen het Schengengebied.
Daar ligt een concrete vervolgvraag: welke vooruitgang is sinds die aankondiging geboekt? Een mogelijkheid om later te onderhandelen biedt burgers immers nog geen zekerheid over wanneer zij gemakkelijker kunnen reizen.
De Nederlandse toelichting maakt bovendien duidelijk dat algemene visumvrijstelling binnen een Europees juridisch kader valt. Voor diplomatieke en dienstpaspoorten kunnen lidstaten specifieke uitzonderingen afspreken. De twee trajecten kennen dus verschillende besluitvorming.
Ingangsdatum vraagt om bevestiging
In de actuele berichtgeving wordt 2027 genoemd voor de visumvrijstelling. Bij controle vermeldden de geraadpleegde registraties in de Nederlandse Verdragenbank voor beide overeenkomsten nog geen ingangsdatum en nog geen Belgische ratificatie. Die registratie kan achterlopen. RINIEUWS heeft daarom om bevestiging van de planning en de resterende procedures gevraagd.
De Nederlandse ministeries is ook gevraagd welke voordelen voor gewone Surinaamse paspoorthouders tijdens de onderhandelingen zijn besproken en wat de terugnameovereenkomst praktisch verandert ten opzichte van de bestaande samenwerking.
De politieke toets blijft helder: de regering moet het volledige pakket kunnen uitleggen. Diplomatiek reisgemak heeft een functie, maar burgers mogen weten welke verplichtingen daar juridisch mee samenhangen — en wat de beloofde vervolgstappen voor hun eigen bewegingsvrijheid inmiddels hebben opgeleverd.
RINIEUWS heeft zowel de betrokken Nederlandse ministerie als de Surinaamse minister van Buitenlandse Zaken, Melvin Bouva, schriftelijke vragen gesteld over de samenhang tussen de visumvrijstelling en de terugnameovereenkomst. Hun antwoorden worden verwerkt in de vervolgberichtgeving.