
Minister Harish Monorath heeft bij ABC Actueel fel gereageerd op de kritiek die VHP-parlementariërs in De Nationale Assemblée op hem uitten. Hij zegt het extra bitter te vinden dat die kritiek komt van een partij waarmee zijn ABOP vijf jaar regeerde. Volgens Monorath raken de beschuldigingen ook zijn ministerie. Op oproepen om af te treden antwoordde hij dat de president uiteindelijk over zijn positie beslist.
De minister van Justitie en Politie noemde de VHP-parlementariërs Jogi en Gajadien en verweet hen dat zij in het parlement telkens opnieuw zijn handelen ter discussie stellen. Hij riep zijn critici op ook te kijken naar de investeringen in de politie tijdens de vorige regeerperiode, toen de VHP en ABOP samen aan de macht waren. Volgens Monorath is de politie met de huidige beperkte middelen zichtbaarder geworden.
In het interview verdedigde hij zich ook tegen vragen over zijn vroegere rol bij de Telecommunicatie Autoriteit Suriname (TAS) en betalingen van de Deviezencommissie. Hij zei meer informatie te willen publiceren over wat op zijn ministerie goed en minder goed is gegaan. Ook wil hij naar eigen zeggen vaart zetten achter onderzoeken naar kwesties uit de vorige regering. Hij noemde daarbij geen concrete dossiers.
Monorath richtte zich in het bijzonder op Jogi. Hij beweerde dat het parlementslid hem via WhatsApp had gevraagd om mensen op bepaalde posten te plaatsen en politiemensen weg te halen. Volgens de minister heeft hij aan die verzoeken geen gevolg gegeven.
Monorath toonde de berichten tijdens het interview niet. Jogi kwam in het gesprek niet aan het woord.
Monorath zei dat hij via de media had vernomen dat er voorbereidingen zouden zijn getroffen voor een motie van wantrouwen tegen hem. Volgens hem bleef het uiteindelijk bij een vragenronde. ABC wees erop dat ook buiten het parlement stemmen opgaan die vinden dat hij moet aftreden.
De minister zei dat parlementariërs het recht hebben een motie in te dienen en dat de president beslist over zijn benoeming en ontslag. Hij zei ontstemd te zijn over de manier waarop de kritiek wordt geuit. Volgens hem plaatsen de aantijgingen ook zijn ministerie en de circa 6.800 medewerkers voor wie hij zegt verantwoordelijk te zijn in een kwaad daglicht.
Ter verdediging van zijn staat van dienst zei Monorath dat hij met zijn team negen van veertien wetten had voorbereid. Hij verwees ook naar de inzet voor de installatie van 45 rechters, het schrappen van de doodstraf uit het militair strafrecht en vier Haagse verdragen. Volgens hem kon Suriname die ontwikkelingen aanvoeren tijdens een beoordeling in Genève.
De minister haalde een eerdere kwestie rond de Deviezencommissie aan. Volgens hem werd kort na zijn aantreden vanuit de VHP in het parlement gesuggereerd dat hij geld van die commissie had gestolen.
Monorath zei dat een brief van 19 augustus de betalingen per augustus had moeten stopzetten. Volgens hem was die brief niet verwerkt en ontving hij nog drie maanden geld. Hij zei dat hij de betalingen zelf niet had opgemerkt omdat hij geen internetbankieren gebruikte. Nadat hij ervan hoorde, stortte hij het geld naar eigen zeggen terug.
Hij verweet de betrokken parlementariërs dat zij volgens hem geen werk maken van ministers en DNA-leden die dubbele of driedubbele salarissen zouden ontvangen. Hij noemde daarbij geen namen. Over het TAS-dossier zei hij dat het volgens hem draait om de miljoenen die bij de autoriteit waren achtergebleven. Hij lichtte niet toe om welk bedrag het ging of hoe het samenhing met de betwiste betalingen.
Monorath verdedigde zijn rol bij de arbeidsovereenkomst van voormalig TAS-directeur Wendy Jap-A-Joe. Volgens hem had de president een resolutie ondertekend die hem als president-commissaris machtigde om de overeenkomst namens de president te tekenen en de arbeidsvoorwaarden vast te stellen. Hij verwees ook naar een missive uit 2021.
Volgens Monorath zijn die stukken aan de rechter overgelegd. Hij weersprak de beschuldiging van een advocaat dat hij een document zou hebben vervalst. Hij verwees daarbij naar de resolutie en de missive en zei dat Jap-A-Joe vijf jaar lang salaris had ontvangen.
Ook verdedigde hij de hoogte van haar salaris. Hij zei zich te hebben gericht op wat directeuren bij andere publieke instellingen verdienden. Als voorbeelden noemde hij 7.000 dollar bij CASAS, 4.000 tot 5.000 dollar bij Luchthavenbeheer en de Maritieme Autoriteit Suriname en 4.000 dollar bij het Nationaal Vervoer Bedrijf. Het gaat om bedragen die Monorath zelf in het interview noemde. Hij riep op tot publicatie van directiesalarissen en wilde ook dat benoemingen die volgens critici onder friends and family vallen, worden bekeken.
Monorath ging in zijn verdediging zo ver dat hij stelde dat zelfs een hypothetisch salaris van 10.000 dollar volgens hem binnen de ruimte van de machtiging had kunnen vallen. De tekst van de resolutie werd in het interview niet getoond.
Monorath zei dat bij de overgang van de regering-Bouterse naar de regering-Santokhi-Brunswijk deskundigheid was weggevallen op het kabinet van de vicepresident. Volgens hem maakten de toenmalige president en vicepresident afspraken over toelagen voor mensen die er werkzaamheden zouden verrichten.
Hij zei dat hij een van drie adviseurs was die volgens de politieke afspraken op het niveau van een minister zouden worden gefaciliteerd. Hij verwees naar vergelijkbare regelingen onder Desi Bouterse. Volgens Monorath wilde Chan Santokhi de regeling op zijn eigen kabinet beperken en moesten andere adviseurs op een andere manier worden gefaciliteerd.
Tijdens het gesprek kreeg ABC een bericht over de aanstelling van Gregory Rusland als staatsadviseur onder Santokhi. Volgens dat bericht was in de benoemingsresolutie vastgelegd dat Rusland geen honorarium wilde. Monorath bevestigde daarop dat Rusland onbezoldigd adviseur was.
Over de extra werkzaamheden op het kabinet van de vicepresident zei Monorath dat mensen op verzoek van Brunswijk waren aangetrokken, met akkoord van directeur Gordon. Volgens hem was de regeling in de administratie verwerkt.
Volgens Monorath begon de inzet van de TAS met internetproblemen op het kabinet van Brunswijk. Medewerkers konden volgens hem nauwelijks mailen, berichten uitwisselen of documenten afdrukken. Telesur zou geen storing hebben gevonden. Monorath beweerde dat enkele medewerkers het internetverkeer naar een server hadden omgeleid en vervolgens thuis werden gezet.
Daarna bleven mensen van de TAS volgens hem helpen vanwege een tekort aan deskundigheid en secretariële ondersteuning. De inzet breidde zich uit naar juridisch, technisch en financieel werk. Monorath zei dat het team hielp om stukken van de Raad van Ministers binnen een of twee dagen te verwerken en te verspreiden, voordat Brunswijk weer naar het binnenland vertrok.
Toen ABC vroeg of Monorath en Jap-A-Joe speciaal waren aangetrokken, antwoordde hij dat meer dan vijftien mensen van de TAS op verschillende momenten voor het kabinet werkten. Volgens hem deden medewerkers dat vóór of na hun reguliere dienst. Sommigen werkten tot tien uur ’s avonds en het kabinet bleef volgens hem soms tot elf uur open.
Monorath zei dat de mensen voor het extra werk werden betaald en verdedigde de inzet als geoorloofd. Toen ABC Actueel hem rechtstreeks vroeg of de vergoedingen uit fondsen van de TAS kwamen, begon hij zijn antwoord met ‘Ik denk’ en sprak hij over een toeslag op het honorarium. Hij noemde geen betalende instantie, bedrag of begrotingspost.
De resolutie waarnaar Monorath verwijst, gaat in zijn uitleg over zijn bevoegdheid om de arbeidsovereenkomst met Jap-A-Joe te tekenen en haar arbeidsvoorwaarden vast te stellen. Wie de extra werkzaamheden voor het kabinet van Brunswijk financierde, is een afzonderlijke vraag. Uit de opdracht, betaalopdrachten en boekingen kan blijken wie de vergoedingen goedkeurde, aan wie werd betaald en uit welk budget het geld kwam.
Monorath zei dat op de maandag na het interview in Paramaribo een tweedaags veiligheidsoverleg met ministers uit veertien Caricom-landen zou beginnen. Volgens hem zouden zij praten over veiligheidsvraagstukken in de lidstaten en over een mogelijk document voor de volgende Caricom-voorzitter. Gevraagd wat hij zijn collega’s over zijn eigen positie zou vertellen, antwoordde hij dat hij daar alleen op zou ingaan als iemand ernaar vroeg.
Over zijn programma in Nederland zei Monorath dat hij de banden met de brandweer in Den Haag wilde herstellen en de brandweercommandant zou ontmoeten. Ook noemde hij afspraken met de Amsterdamse politie en gesprekken met mogelijke donoren over opleidingen en kennisuitwisseling. Hij verwees naar bestaande uitwisselingen met onder meer Sint Maarten, Curaçao, Nederland en Jamaica en zei dat hij die samenwerking regelmatiger wil maken.