
De internationale gezondheidsautoriteiten staan opnieuw voor een grote test. In de Democratische Republiek Congo verspreidt een Ebola-uitbraak zich in hoog tempo. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) spreekt van de snelst groeiende Ebola-uitbraak die het land tot nu toe heeft meegemaakt.
Volgens de meest recente cijfers van de WHO waren op 20 september 7.733 bevestigde besmettingen en 3.732 bevestigde sterfgevallen geregistreerd. Dat betekent dat bijna de helft van de bevestigde patiënten is overleden. Inmiddels zijn 63 gezondheidszones getroffen.
De situatie is vooral zorgwekkend omdat het virus zich niet alleen binnen bestaande besmettingsgebieden verspreidt, maar ook nieuwe regio’s bereikt.
Op 13 september meldde de WHO nog dat de ziekte inmiddels zeven provincies had bereikt. Een week later werd ook de gezondheidszone Dungu in Haut-Uélé getroffen. Dit gebied grenst aan Zuid-Soedan, waardoor ook de dreiging van verdere grensoverschrijdende verspreiding aandacht krijgt.
Het gaat om het Bundibugyo-virus, een soort ebolavirus waarvoor volgens de WHO momenteel geen goedgekeurd vaccin of specifieke behandeling beschikbaar is. Dat maakt snelle opsporing van besmettingen, isolatie, contactonderzoek en samenwerking met lokale gemeenschappen extra belangrijk.
De uitbraak legt opnieuw een vraag op tafel die sinds de coronapandemie centraal staat: is de wereld werkelijk beter voorbereid op een volgende grote pandemie?
De boodschap vanuit internationale gezondheidsorganisaties is dat virussen zich weinig aantrekken van landsgrenzen. Een lokale uitbraak kan door internationaal reizen en handels- en migratiestromen snel een grensoverschrijdend gezondheidsprobleem worden.
De WHO benadrukte eerder dit jaar al dat de uitbraken van Ebola en hantavirus aantonen waarom internationale gezondheidsdreigingen een internationale reactie vereisen. Daarbij spelen vroegtijdige signalering, laboratoriumcapaciteit, informatie-uitwisseling en snelle internationale coördinatie een belangrijke rol.
Een concreet voorbeeld daarvan deed zich eerder dit jaar voor op de MV Hondius, een onder Nederlandse vlag varend cruiseschip.
Op 2 mei werd de WHO geïnformeerd over een cluster van ernstige luchtwegklachten aan boord. Uiteindelijk werden 13 gevallen van het Andes-hantavirus geregistreerd, waaronder drie sterfgevallen. Passagiers en bemanningsleden kwamen uit verschillende landen, waardoor autoriteiten internationaal moesten samenwerken bij evacuatie, quarantaine, testen en contactonderzoek.
Meer dan 650 contacten werden volgens de WHO gevolgd door gezondheidsautoriteiten in 33 landen en gebieden. Nadat geen nieuwe besmettingen meer werden vastgesteld, verklaarde de WHO de uitbraak op 2 juli voorbij.
Het incident liet tegelijkertijd zien hoe snel een relatief onbekend virus door internationaal reisverkeer meerdere landen bij één gezondheidscrisis kan betrekken.
De grote uitdaging is daarom niet alleen reageren wanneer een virus zich al verspreidt.
Gezondheidssystemen moeten voortdurend in staat zijn om verdachte ziektegevallen vroeg te herkennen, laboratoriumonderzoek uit te voeren, contacten op te sporen en informatie internationaal te delen.
De WHO beschikt inmiddels over verschillende internationale systemen voor vroegtijdige waarschuwing en surveillance. Via internationale netwerken worden signalen over mogelijke gezondheidsdreigingen verzameld en gedeeld zodat landen sneller kunnen reageren.
Toch blijft de waarschuwing overeind dat de aandacht voor pandemische voorbereiding niet mag verdwijnen zodra een acute crisis uit het nieuws verdwijnt.
De Ebola-uitbraak in Congo laat zien waarom.
In augustus meldde de WHO dat gemiddeld ongeveer 90 bevestigde gevallen per dag werden geregistreerd gedurende de eerste drie maanden van de uitbraak. Dat tempo lag volgens de organisatie aanzienlijk hoger dan tijdens vergelijkbare fases van eerdere grote Ebola-uitbraken.
De vraag is daardoor niet alleen of deze Ebola-uitbraak kan worden ingedamd.
De grotere vraag is of landen de lessen van COVID-19 vasthouden wanneer de volgende onbekende ziekteverwekker zich aandient.
Want één van de belangrijkste lessen van de afgelopen jaren blijft dezelfde: een virus hoeft maar op één plek te beginnen, maar de gevolgen kunnen uiteindelijk veel verder reiken dan de landsgrenzen waar de eerste besmetting werd vastgesteld.