Online reizen vanaf je luie stoel
Mensen die op hun telefoons typen aan tafel

Vier Haagse kinderverdragen goedgekeurd: waarom drie jaar wachten?

RedactieActueel nieuws uit Suriname21 oktober 2026207 Views

PARAMARIBO – Tijdens de behandeling in De Nationale Assemblée werd met 30 stemmen vóór en geen tegenstemmen ingestemd met de goedkeuringswet voor vier Haagse kinderbeschermingsverdragen. De politieke steun is groot, maar tijdens hetzelfde debat erkende de minister van Justitie en Veiligheid dat personeel en uitvoeringscapaciteit tekortschieten. Bovendien werd een termijn van drie jaar voorgesteld voordat de goedkeuringswet in werking treedt. De vraag is wat kinderen en ouders in grensoverschrijdende noodsituaties in de tussentijd aan de parlementaire beslissing hebben.

Vier verdragen, vier verschillende vormen van bescherming

Het pakket omvat het Kinderontvoeringsverdrag van 1980, het Adoptieverdrag van 1993, het Kinderbeschermingsverdrag van 1996 en het Alimentatieverdrag van 2007. Ze regelen niet allemaal hetzelfde. Het eerste schept een kader voor de snelle terugkeer van ongeoorloofd overgebrachte of achtergehouden kinderen. Het adoptieverdrag vereist beschermingswaarborgen bij interlandelijke adoptie. Het verdrag van 1996 organiseert samenwerking bij gezag en kinderbeschermingsmaatregelen. Het verdrag van 2007 faciliteert de internationale inning van onderhoudsbijdragen.

Die samenwerking kan gezinnen helpen die nu te maken krijgen met verschillende nationale rechtsstelsels. Maar een goedkeuringswet is nog geen werkend loket, en een parlementaire stemming is nog geen bewijs dat alle vier de verdragen internationaal voor Suriname in werking zijn getreden. Daarvoor gelden aanvullende formaliteiten en de regels van elk verdrag. Op de geraadpleegde informatie van de Haagse Conferentie zijn de vier beoogde Surinaamse centrale autoriteiten nog niet als zodanig vermeld.

Drie jaar voorbereiding: planning of nieuw uitstel?

Tijdens het debat diende de minister een mondelinge wijziging in die de inwerkingtreding van de nationale goedkeuringswet koppelt aan een termijn van drie jaar na de afkondiging. Volgens zijn toelichting is die periode nodig om het Bureau Familierechtelijke Zaken (BUFAZ) te reorganiseren en nieuwe taken te kunnen uitvoeren. Dat is niet hetzelfde als een internationaal verdragsvoorbehoud voor drie jaar: internationale werking en rechtsgeldige voorbehouden worden door de verdragen zelf geregeld.

De gekozen termijn is des te opvallender omdat in het debat een actieplan uit 2022 werd aangehaald. Een parlementariër stelde dat daarin bepaalde werkzaamheden uiterlijk eind 2024 moesten zijn afgerond. Welke onderdelen zijn sindsdien uitgevoerd? Hoeveel medewerkers zijn aangenomen? Welke ICT-systemen functioneren al? De minister verwees naar ondersteuning door UNICEF en naar lopende trainingen, maar presenteerde tijdens de beantwoording geen volledige openbare begroting met meetbare jaarlijkse mijlpalen.

Drie jaar kan voor een overheidsorganisatie een planningsperiode zijn, maar voor een kind in een langdurig gezagsgeschil is het een aanzienlijk deel van zijn of haar jeugd. Een gefaseerd uitvoeringsplan, met directe maatregelen voor spoedgevallen, ontbreekt in de besproken passage.

BUFAZ en het Openbaar Ministerie krijgen taken – maar ook personeel?

Volgens de minister is het voornemen BUFAZ aan te wijzen als centrale autoriteit voor adoptie, internationale kinderbescherming en alimentatie. Het Openbaar Ministerie zou het aanspreekpunt voor internationale kinderontvoering worden. BUFAZ moet eerst doorgroeien tot een directoraat en uiteindelijk tot een Raad voor Kinderbescherming.

De minister erkende tijdens de beantwoording tekorten aan juristen, maatschappelijk werkers en andere deskundigen. Dat is wezenlijk: internationale verzoeken vereisen dossieronderzoek, vertalingen, communicatie met buitenlandse autoriteiten, rechtsbijstand en soms spoedige rechterlijke beslissingen. Zonder meer personeel en heldere bevoegdheden kan een nieuw aanspreekpunt in de praktijk uitmonden in een extra wachtrij.

Een centrale autoriteit moet bovendien bereikbaar zijn voor mensen buiten Paramaribo. De minister noemde stappen richting dienstverlening in districten, maar maakte niet duidelijk welke capaciteit daar structureel aanwezig is of hoe snel verzoeken worden verwerkt.

Wie betaalt de advocaat wanneer een kind wordt meegenomen?

Een afzonderlijk conflict ontstond over de proceskosten bij internationale kinderontvoering. Parlementariërs vroegen of Suriname de juridische kosten moet dragen wanneer buitenlandse ouders een procedure beginnen. De regering kwam volgens het eerdere onderzoeksdocument terug met een aanvullende toelichting over artikel 26 van het verdrag van 1980.

Artikel 26 bevat een stelsel van kostenverdeling, terwijl het verdrag slechts bepaalde voorbehouden toestaat. De minister beriep zich op wederkerigheid en wilde voorkomen dat Surinaamse gezinnen in het buitenland minder rechtsbijstand zouden krijgen. Daartegenover staat de vraag of kwetsbare ouders in Suriname proceskosten kunnen dragen.

Een wijziging in een memorie van toelichting is op zichzelf nog geen internationaal geldig voorbehoud. Daarvoor moet de uiteindelijk ingediende akte worden geraadpleegd. Ook moet duidelijk worden welke kosteloze of betaalbare rechtshulp beschikbaar blijft voor ouders met weinig inkomen. Zonder die controle is het te vroeg om te stellen dat de kostenkwestie definitief geregeld is.

Kinderombudsinstituut: een wet is nog geen toegankelijk klachtenloket

Terwijl de regering een nieuw stelsel voor internationale samenwerking voorbereidt, riep ook de nationale kinderrechtenbescherming vragen op. De minister verklaarde dat de termijn van de presidentiële werkgroep voor de operationalisering van het Kinderombudsinstituut inmiddels was verstreken. Een besluit over de voortzetting moest nog worden genomen.

Dat is een bestuurlijk signaal. Als een instituut wel wettelijk is voorzien maar nog geen aantoonbaar operationele leiding, bezetting en klachtenprocedure heeft, weten kinderen en ouders niet waar ze hulp kunnen inroepen. Het Kinderombudsinstituut en de centrale autoriteiten onder de Haagse verdragen hebben verschillende taken. Juist daarom zijn duidelijke doorverwijzing en onderlinge samenwerking nodig.

Voor een onafhankelijk oordeel zijn de oprichtingswet, de uitvoeringsbesluiten, benoemingsbesluiten en begrotingsstukken nodig. Uit de verklaring volgt dat nog beslissingen openstaan, niet dat iedere vorm van nationale kinderbescherming ontbreekt.

Acht maanden zonder documenten: ernstige melding, nog geen bewezen dossier

Een parlementariër vertelde over een jong kind dat volgens zijn verklaring ongeveer acht maanden in een opvangvoorziening verbleef zonder toereikende identiteitsdocumenten, met gevolgen voor toegang tot school en medische zorg. Hij stelde dat betrokken instanties op de hoogte waren.

Die individuele melding is ernstig maar niet onafhankelijk gecontroleerd. Er zijn geen dossierstukken, wederhoor of formele bevestiging van de betrokken organisaties beschikbaar. De identiteit en andere herkenbare gegevens van het kind behoren daarom buiten publicatie te blijven.

Wat wél publiek onderzocht kan worden, is welke algemene procedures gelden als een opgevangen kind niet over documenten beschikt. Wie kan een tijdelijke registratie regelen? Hoe krijgt het kind direct medische hulp? Wie is verantwoordelijk voor schooltoegang? En hoe lang mogen zulke procedures duren? Daarmee wordt het systeem getoetst zonder een kwetsbaar kind tot publiek onderwerp van een onbewezen beschuldiging te maken.

De parlementaire test begint na de stemming

Het debat legde een duidelijke spanning bloot tussen politieke ambitie en bestuurlijke uitvoerbaarheid. De goedkeuringswet kreeg 30 stemmen voor, maar tegelijk benoemde de minister structurele personeelstekorten en nog te nemen organisatorische besluiten. Dat vraagt om meer dan optimistische verklaringen.

Het parlement kan bij de regering opvragen welke definitieve wetstekst is gepubliceerd, wanneer de internationale toetredingsakten worden ingediend, welke centrale autoriteiten formeel zijn aangewezen, hoeveel geld en medewerkers zij krijgen en hoeveel verzoeken jaarlijks worden afgehandeld. Ook moet duidelijk zijn welke maatregelen gezinnen meteen kunnen gebruiken en welke werkelijk pas later mogelijk worden.

De bescherming van een kind wordt uiteindelijk niet gemeten in verdragen, stemmen of organogrammen, maar in de vraag of een ouder in nood iemand kan bereiken en tijdig een rechtsgeldige oplossing krijgt.

Leave a reply

BLIJF OP DE HOOGTE MET RINIEUWS
Ontvang het belangrijkste nieuws uit Suriname en de diaspora rechtstreeks in je inbox. Actueel, kritisch en overzichtelijk — zodat je niets hoeft te missen.

50 euro korting

NET BINNEN

Reacties
Join Us
  • Facebook
  • X
  • Youtube
Follow
Sign In/Sign Up Search Add a post
Loading

Signing-in 3 seconds...

Signing-up 3 seconds...

BLIJF OP DE HOOGTE MET RINIEUWS
Ontvang het belangrijkste nieuws uit Suriname en de diaspora rechtstreeks in je inbox. Actueel, kritisch en overzichtelijk — zodat je niets hoeft te missen.