Online reizen vanaf je luie stoel
Directie vertrekken

Dossier-TAS ontploft: Regering-Simons keek maandenlang toe hoe topbestuur ontspoorde

RedactieInside Torie21 oktober 2026273 Views

Van onduidelijke financiële verantwoording en een omstreden onderzoek tot een rechtszaak en een confrontatie bij de overdracht: de crisis bij de Telecommunicatie Autoriteit Suriname begon lang vóór 20 oktober.

De beelden van de confrontatie bij de Telecommunicatie Autoriteit Suriname (TAS) op dinsdag 20 oktober 2026 vormen het voorlopig meest zichtbare hoofdstuk van een slepend bestuursconflict. Bij een poging om de leiding over te dragen, ontstond een botsing tussen leden van de Raad van Commissarissen (RvC) en beveiligers. President-commissaris Emanuel Scheek en commissaris Joan Nibte verklaarden dat zij hardhandig werden behandeld. Hun lezing van het incident moet worden onderscheiden van een onafhankelijk vastgestelde toedracht. Achter die confrontatie schuilt een conflict dat al maanden draait om financiële controle, bestuurlijke bevoegdheden, een omstreden onderzoek en de positie van directeur Wendy Jap-A-Joe.

De vraag is niet alleen wie op 20 oktober toegang had tot het kantoor van de directeur. Veel fundamenteler is waarom bestuurders en regering, ondanks eerdere waarschuwingen en gesprekken, niet tijdig een overdracht wisten te organiseren zonder openbare escalatie. Ook de oorspronkelijke financiële vragen zijn vooralsnog niet afdoende beantwoord.

De breuk ontstond ruim vóór de confrontatie

Op 6 oktober 2025 trad een nieuwe Raad van Commissarissen aan bij TAS. In de maanden die volgden ontstond discussie over de overdracht van stukken, eerdere besluiten, begrotingen en jaarrekeningen. Ook kwamen begin 2026 bestuurlijke en financiële geschillen in de openbaarheid. Die geschillen zijn op zichzelf geen bewijs van fraude, maar maken duidelijk dat de verhoudingen al onder druk stonden voordat Scheek het voorzitterschap overnam.

Voor Scheek was vooral de gebrekkige overdracht van de voorafgaande bestuursperiode een alarmsignaal. Een nieuw toezichthoudend orgaan moet kunnen nagaan welke afspraken eerder zijn gemaakt, op welke grond uitgaven zijn goedgekeurd en welke financiële verplichtingen openstaan. Als die administratie niet tijdig wordt overgelegd, komt niet alleen de samenwerking maar ook het toezicht zelf onder druk te staan.

Ook vóór zijn aantreden waren er berichten over administratieve en financiële geschillen binnen de top van TAS. Die eerdere kwesties vormen een aanwijzing dat de bestuurlijke spanningen niet tot één persoon of één incident beperkt bleven. Zij vormen geen zelfstandig bewijs voor fraude of onbehoorlijk bestuur.

Scheek trad op 11 mei 2026 aan als president-commissaris. Hij stelde later dat de overdracht van de voorafgaande periode van ongeveer vijf jaar nauwelijks meer dan één A4 omvatte. Volgens hem ontbraken daarbij de noodzakelijke onderbouwingen van besluiten, uitgaven en financiële verslaggeving. De originele overdrachtsstukken zijn nodig om de precieze omvang en inhoud van die overdracht onafhankelijk te toetsen.

In juni bereikte de strijd het hoogste regeringsniveau. De RvC vroeg president Jennifer Simons en de verantwoordelijke minister Raymond Landveld om onderzoek naar het beheer in de periode 2020–2025 en maatregelen rond de directie. Jap-A-Joe uitte op haar beurt zorgen over mogelijke belangenverstrengeling bij de keuze en opdrachtverlening voor een externe quickscan. Op 18 juni sprak de president met betrokkenen. Een dag later speelde volgens een latere verklaring van de RvC de keuze voor een andere onderzoeker. Daarmee was het onderlinge wantrouwen niet verdwenen.

Op 9 juli stapte Jap-A-Joe naar de rechter met een kort geding tegen zes commissarissen, onder meer wegens publieke uitlatingen. De uitkomst van die procedure moet worden onderscheiden van de vragen over financieel beheer en bevoegdheden. Tijdens een persconferentie in oktober zeiden de commissarissen dat zij eind die maand een uitspraak verwachtten. Een rechterlijk oordeel over alle bestuurlijke en financiële verwijten lag daarmee niet automatisch voor.

Financiële vragen stapelden zich op

Een van de zwaarste verwijten van Scheek betreft middelen die volgens zijn uitleg aan de Staat hadden moeten worden afgedragen. Hij sprak over surplusmiddelen, structurele uitgaven en reserves waarvoor volgens hem onvoldoende besluitvorming of onderbouwing zichtbaar was. Dat zijn ernstige beweringen, maar zonder de wettelijke afdrachtsregels, definitieve jaarrekeningen, bankstukken en bestuursbesluiten kan niet worden vastgesteld welk bedrag daadwerkelijk verschuldigd was of onrechtmatig werd achtergehouden.

De discussie gaat bovendien over de vraag hoe TAS eventuele overschotten berekent en welke wettelijke regels bepalen of zulke middelen aan de staatskas moeten worden overgemaakt. Zonder onderliggende jaarrekeningen, begrotingsbesluiten en bankgegevens is niet vast te stellen of bedragen daadwerkelijk ten onrechte bij TAS zijn gebleven.

Jap-A-Joe zette op haar beurt vraagtekens bij de onafhankelijkheid van de beoogde quickscan. Vanuit de RvC werd later verklaard dat een andere onderzoeker in beeld kwam. Daarmee is de kwestie niet automatisch opgelost: doorslaggevend is of het onderzoek daadwerkelijk is uitgevoerd, welke periode en geldstromen het omvat en of bevindingen openbaar worden gemaakt.

Ook over de accountantscontrole stelde Scheek concrete vragen. Hij zei dat een accountant op 3 februari 2026 schriftelijk meldde dat de controle van de jaarrekening 2023 nog gaande was, terwijl een bijbehorende accountantsverklaring de datum 28 januari 2026 droeg. Als die documenten juist zijn weergegeven, vraagt dat om uitleg over het moment waarop werkzaamheden waren afgerond en de verklaring werd afgegeven. Een schijnbare tegenstrijdigheid is evenwel nog geen bewijs van een onjuiste accountantsverklaring: daarvoor moeten de originele correspondentie, definitieve stukken en de reactie van de accountant worden bekeken.

Daarnaast vroeg de RvC een diepgaand onderzoek naar de periode 2020–2025. Daarbij werd ook een mogelijke rol van de Centrale Landsaccountantsdienst (CLAD) genoemd. De status, opdracht, reikwijdte en uitkomsten daarvan zijn in de beschikbare openbare verklaringen niet helder vastgelegd. Ook de quickscan bleef twistpunt: Jap-A-Joe stelde vragen over onafhankelijkheid, kosten en omgang met gegevens; de RvC zei dat een andere onderzoeker in beeld was gebracht. Het is niet aangetoond dat een van deze zorgen al door een onafhankelijk onderzoek is bevestigd.

Wat wist de regering en wanneer?

De kwestie is eveneens politiek geworden door de vraag welke documenten de Raad van Ministers heeft ontvangen. Volgens Scheek had de RvC in juni een dossier aan president Simons en minister Landveld overhandigd, maar zou een later raadsvoorstel niet op dat volledige dossier zijn gebaseerd. Hij stelde dat daardoor onvoldoende informatie bij de besluitvorming terechtkwam. Wie vast wil stellen of dat klopt, heeft het verzonden dossier, de ontvangstbevestigingen, het raadsvoorstel en de besluiten van de Raad van Ministers nodig. Scheeks verklaring bewijst op zichzelf niet dat stukken bewust zijn achtergehouden.

Dat president Simons in juni met betrokkenen sprak, maakt de verantwoordelijkheidsvraag extra concreet. De regering kan zich niet beperken tot de constatering dat er een conflict bestaat; zij moet kunnen aangeven welk vervolg aan de waarschuwingen is gegeven, wie de opdracht kreeg om de financiële punten te verifiëren en welke afspraken zijn gemaakt om de dienstverlening draaiende te houden.

Het verschil tussen een dossier dat bij de president of minister is bezorgd en een dossier dat daadwerkelijk in de Raad van Ministers is behandeld, is hierbij essentieel. Scheek stelde publiekelijk dat de besluitvorming niet op alle door hem verstrekte informatie was gebaseerd. De volledige stukken en besluitvorming zijn nodig om die bewering te toetsen.

Minister Landveld legde eind september publiekelijk de nadruk op dialoog en op behandeling van de problemen langs de juiste kanalen, in plaats van via de media. Dat standpunt neemt niet weg dat de regering sinds juni wist dat de bestuurlijke verhoudingen ernstig waren verstoord. De vraag blijft welke concrete maatregelen na het gesprek met de president zijn genomen om de instelling bestuurbaar te houden en om een overdracht voor te bereiden.

Ministeriële brief maakt 20 oktober beslissend

Een brief van minister Landveld aan Wendy Jap-A-Joe, gedateerd 20 oktober 2026 en voorzien van kenmerk MIN-SEC 1582-26, vormt een concreet aanknopingspunt in de reconstructie. De minister schrijft dat haar zittingsperiode als directeur van TAS op basis van presidentiële resolutie Bureau No. 8191/21 op 20 oktober 2026 is verstreken. Hij vraagt de Raad van Commissarissen onverwijld, binnen de geldende wettelijke kaders, voorzieningen te treffen om de continuïteit van bestuur en leiding te waarborgen. Jap-A-Joe wordt verzocht haar bestuurlijke verantwoordelijkheden onmiddellijk over te dragen, met verwijzing naar artikel 4.2 van de Wet Telecommunicatievoorzieningen.

Landveld vraagt de RvC in de brief om onverwijld binnen de wettelijke kaders voorzieningen te treffen voor bestuur en leiding. Tegelijkertijd wordt Jap-A-Joe gevraagd haar verantwoordelijkheden over te dragen, met verwijzing naar artikel 4.2 van de Wet Telecommunicatievoorzieningen. In de brief zelf staat niet hoe een eventuele arbeidsovereenkomst zich verhoudt tot het einde van de benoeming.

De minister stuurt een afschrift aan president Jennifer Geerlings-Simons, vicepresident Gregory Rusland en de RvC. Daarmee is duidelijk dat de kennisgeving niet slechts een interne briefwisseling tussen ministerie en directeur was. Open blijft op welk tijdstip de brief is ontvangen en welke praktische afspraken toen al gereed waren.

De formulering is van belang. In deze brief spreekt de minister over het verstrijken van een zittingsperiode en over overdracht, maar hij gebruikt niet expliciet het woord ontslag. Evenmin staat er wie als opvolger is aangewezen, welk overdrachtsprotocol geldt of hoe eventuele aanspraken uit een arbeidsovereenkomst juridisch moeten worden behandeld. Het einde van een benoeming en de beëindiging van een arbeidsovereenkomst hoeven juridisch niet samenvallen. Om daarover een definitieve conclusie te trekken, zijn de oorspronkelijke presidentiële resolutie, toepasselijke wetsartikelen en arbeidsrechtelijke stukken nodig.

Ook de timing blijft opmerkelijk. De ministeriële brief draagt dezelfde datum als de omstreden overdracht. Wanneer de brief precies werd bezorgd, wanneer de betrokkenen de inhoud daadwerkelijk vernamen en welke voorbereidingen vooraf waren getroffen, is niet vastgesteld. Juist die tijdlijn kan helpen verklaren waarom de overdracht niet ordelijk verliep.

Overdracht eindigt in confrontatie

Op 20 oktober maakte de RvC bekend dat Jap-A-Joe volgens de raad niet langer de bevoegdheden van directeur mocht uitoefenen. Leden van de raad gingen naar het TAS-complex om de overdracht te regelen. Daarbij ontstond een confrontatie met beveiligers. Scheek verklaarde dat hij aan rug en schouders pijn had opgelopen; ook Nibte meldde dat zij was geduwd. Zij spraken over het doen van aangifte. De beschuldigingen vragen om verificatie aan de hand van camerabeelden, onafhankelijke getuigenverklaringen en eventuele processen-verbaal.

Dat de benoemingsperiode volgens de minister was verstreken, beantwoordt nog niet de vraag wie op dat moment feitelijk bevoegd was om toegang, personele instructies en documentoverdracht te regelen. Juist in een betwiste overgang had helder moeten zijn wie namens TAS opdracht mocht geven, hoe de overdracht zou plaatsvinden en hoe een escalatie kon worden voorkomen.

Ook de politierol vraagt onderzoek. Scheek stelde dat politieondersteuning zich op instructie van hogerhand had teruggetrokken. Zolang een officiële reactie en het bijbehorende besluit ontbreken, blijft dit een aan hem toegeschreven bewering en geen vastgesteld feit.

Scheek beweerde bovendien dat politieondersteuning aanvankelijk beschikbaar was, maar dat de politie zich op instructie van hogerhand zou hebben teruggetrokken. Het is nog niet onafhankelijk vastgesteld of die instructie inderdaad is gegeven, door wie en op welke grond. Een officiële toelichting van de politie is daarom essentieel. De aanwezigheid of het vertrek van agenten kan niet zonder nader onderzoek worden opgevat als bewijs van politieke inmenging.

De directeurskwestie leidde ook tot politieke reacties. Jerrel Pawiroredjo pleitte er publiekelijk voor om niet alleen de directie maar ook de RvC te vervangen. Ronnie Brunswijk en Stanley Betterson plaatsten vraagtekens bij de juridische procedure en de wijze van optreden. Deze reacties laten zien hoe een interne bestuurskwestie inmiddels een breder politiek geschil is geworden. Het bestaan van politieke kritiek bepaalt echter niet wie juridisch gelijk heeft.

Eerder berichtte RINIEUWS al over de waarschuwingen

RINIEUWS legde in september al de nadruk op vragen over de financiële verantwoording, de quickscan, ontbrekende stukken en de behandeling van het dossier door de overheid. Later werd ook het publieke standpunt van minister Landveld over dialoog belicht. De confrontatie van 20 oktober kwam daarmee niet uit het niets: de spanningen waren eerder gedocumenteerd en de einddatum van de benoeming was voorzienbaar. Dat maakt vooral de voorbereiding door de bevoegde instanties onderwerp van journalistieke controle.

Het antwoord ligt in documenten, niet in beschuldigingen

Voor een inhoudelijke afronding zijn enkele stukken onmisbaar: de volledige presidentiële resolutie en eventuele arbeidsovereenkomst van de directeur, notulen en besluiten van de RvC, de jaarrekeningen en accountantsverklaringen over de betrokken jaren, de opdracht en resultaten van de quickscan of het CLAD-onderzoek, en het dossier dat de Raad van Ministers kreeg voorgelegd. Ook de ontvangst van de ministeriële brief en alle schriftelijke instructies over de overdracht moeten worden vastgelegd.

De regering zal moeten uitleggen welke maatregelen zij na juni heeft genomen, waarom de juridische en praktische afspraken over opvolging kennelijk niet vóór 20 oktober zichtbaar waren geregeld, en wat er met de financiële signalen is gebeurd. De RvC moet de verwijten met stukken onderbouwen. Jap-A-Joe moet de gelegenheid krijgen om inhoudelijk te reageren op de concrete aantijgingen. De accountant en politie moeten ieder hun eigen rol toelichten.

Wat nu vaststaat, is dat de TAS-crisis veel langer loopt dan de confrontatie van één middag. Wat nog niet vaststaat, is wie verantwoordelijk is voor mogelijke financiële tekortkomingen, wie bij de overdracht juridisch het gelijk aan zijn zijde had en wie opdracht gaf tot de betwiste handelingen op 20 oktober. De scherpste conclusie is daarom ook de eerlijkste: een publiek instituut bleef maandenlang verwikkeld in een strijd over controle en gezag, terwijl de antwoorden op wezenlijke vragen uitbleven. Als bestuur en regering de continuïteit moesten waarborgen, moeten zij ook kunnen uitleggen waarom de overdracht zo ontspoorde.

Leave a reply

BLIJF OP DE HOOGTE MET RINIEUWS
Ontvang het belangrijkste nieuws uit Suriname en de diaspora rechtstreeks in je inbox. Actueel, kritisch en overzichtelijk — zodat je niets hoeft te missen.

50 euro korting

NET BINNEN

Reacties
Join Us
  • Facebook
  • X
  • Youtube
Follow
Sign In/Sign Up Search Add a post
Loading

Signing-in 3 seconds...

Signing-up 3 seconds...

BLIJF OP DE HOOGTE MET RINIEUWS
Ontvang het belangrijkste nieuws uit Suriname en de diaspora rechtstreeks in je inbox. Actueel, kritisch en overzichtelijk — zodat je niets hoeft te missen.