Ramautarsing

RAMAUTARSING: SYSTEEM NIET VERANDERD, OLIEGELD VORMT RISICO

RedactiePolitiek Suriname17 september 2026282 Views

PARAMARIBO — Van de beloofde ‘Kenki a Systeem’ is volgens econoom en voormalig VES-voorzitter Winston Ramautarsing na ruim een jaar regering-Simons nog onvoldoende terug te zien. Hij stelt dat oude bestuurlijke en financieel-economische patronen worden voortgezet en waarschuwt dat Suriname grote risico’s loopt wanneer de verwachte olie-inkomsten straks in hetzelfde systeem terechtkomen.

Ramautarsing uitte zijn kritiek in een uitgebreid interview met Radio Awaaz, naar aanleiding van editie 71 van Inzicht, het blad van de Vereniging van Economisten in Suriname (VES). Centraal stond de vraag wat er daadwerkelijk is veranderd sinds de regering-Simons aantrad met de belofte het systeem fundamenteel te veranderen.

‘We zien voortzetting’

Ramautarsing beoordeelt de beloofde systeemverandering op drie terreinen: bestuur, financieel-economisch beleid en sociaal beleid. Op alle drie ziet hij onvoldoende structurele verandering.

“Het lijkt erop alsof het systeem bestendigd wordt”, zegt hij. Volgens Ramautarsing gaat het niet eens om kleine aanpassingen, maar vooral om voortzetting van bestaand beleid en bestaande bestuurspraktijken.

Een belangrijk kritiekpunt is de manier waarop beleid vanuit het Kabinet van de President wordt aangestuurd. Ramautarsing wijst erop dat president Jennifer Simons bij haar aantreden juist afstand wilde nemen van de praktijk van presidentiële commissies.

Volgens hem is echter vooral de naam veranderd. Commissies zouden nu terugkomen als werkgroepen, platforms en andere structuren, terwijl belangrijke aansturing nog steeds vanuit het presidentieel kabinet plaatsvindt.

Ook de VES heeft recent kritiek geuit op de toename van presidentiële commissies, werkgroepen en platforms en daarbij gewezen op de eerdere uitspraken van Simons over de uitvoerende rol van ministeries.

Ministers moeten volgens hem meer ruimte krijgen

Ramautarsing stelt dat deze manier van werken gevolgen heeft voor de positie van ministers. Wanneer belangrijke beslissingen voortdurend moeten worden afgestemd met het Kabinet van de President, dreigt volgens hem de verantwoordelijkheid van afzonderlijke ministeries te worden uitgehold.

Hij noemt in het interview specifiek LVV en TCT en baseert zich daarbij naar eigen zeggen op contacten die hij binnen die ministeries onderhoudt.

Zijn conclusie is dat een daadwerkelijke systeemverandering juist zichtbaar zou moeten zijn in sterke ministeries, duidelijke verantwoordelijkheden en bestuurders die zelfstandig aanspreekbaar zijn op hun resultaten.

Begroting onder vuur

Nog scherper is Ramautarsing over het financieel-economische beleid.

Volgens hem ontbreekt een realistische koppeling tussen wat de overheid wil uitgeven en de middelen waarmee die uitgaven moeten worden betaald. Hij wijst daarbij op het grote begrotingstekort en vraagt hoe het niet-gedekte gedeelte uiteindelijk wordt gefinancierd.

Voor Ramautarsing raakt dat een structureel probleem: Suriname stelt volgens hem onvoldoende financiële prioriteiten.

Wanneer meer geld naar salarissen, subsidies of andere uitgaven gaat, moet tegelijkertijd duidelijk worden waar dat geld vandaan komt. Gebeurt dat niet, dan blijven volgens hem uiteindelijk lenen, hogere lasten of andere vormen van financiering over.

“Een begroting is een vast voornemen om uit te voeren”, zegt Ramautarsing. Wanneer de financiering niet duidelijk is, verliest zo’n begroting volgens hem haar betekenis.

15 procent meer loon lost probleem niet op

Ook de loonsverhoging van 15 procent voor landsdienaren en gelijkgestelden komt uitgebreid aan bod. De regering heeft bevestigd dat ambtenaren eind september de volledige verhoging krijgen.

Ramautarsing zegt nadrukkelijk niet tegen hogere salarissen te zijn. Vooral werknemers die daadwerkelijk dagelijks functioneren binnen onderwijs, zorg en andere overheidsdiensten verdienen volgens hem betere beloning.

Maar een structurele loonstijging moet volgens hem samengaan met hervorming van het staatsapparaat.

Hij stelt dat er nog altijd mensen op de loonlijst staan die onvoldoende of niet functioneren, terwijl de gehele loonsom door verhogingen verder stijgt.

Daarmee wordt volgens hem opnieuw geld in een inefficiënt systeem gestoken zonder dat tegelijkertijd de productiviteit van dat systeem wordt verbeterd.

Meer salaris is nog geen koopkracht

Daarnaast waarschuwt Ramautarsing dat 15 procent meer salaris niet automatisch betekent dat huishoudens er reëel 15 procent op vooruitgaan.

Wanneer hogere overheidsuitgaven samengaan met stijgende lokale kosten en prijzen, kan een deel van die verbetering volgens hem snel verdwijnen.

“De prijzen in de winkel hebben een eigen dynamiek”, zegt hij.

Daarom moet volgens Ramautarsing niet alleen worden gekeken naar hoeveel geld iemand op zijn loonstrook erbij krijgt, maar vooral naar wat daarvan na prijsstijgingen daadwerkelijk kan worden gekocht.

Olie maakt lenen straks gemakkelijker

De grootste waarschuwing uit het gesprek gaat echter over wat nog moet komen.

Suriname staat aan de vooravond van grote inkomsten uit de offshore olie- en gassector. Dat vooruitzicht kan volgens Ramautarsing betekenen dat internationale financiers Suriname gemakkelijker geld willen lenen.

Dat is volgens hem niet automatisch verkeerd. Lenen kan verantwoord zijn wanneer het geld productief wordt geïnvesteerd en toekomstige inkomsten voldoende zijn om verplichtingen te dragen.

Het risico ontstaat wanneer toekomstige olie-inkomsten worden gebruikt als vrijbrief om de overheidsuitgaven en schulden steeds verder op te voeren.

Dan kan Suriname volgens Ramautarsing al beginnen met het uitgeven van toekomstige rijkdom voordat die rijkdom daadwerkelijk is verdiend.

Eerst corruptie aanpakken, dan het grote geld

Daarmee komt hij bij wat volgens hem een van de grootste bedreigingen vormt: corruptie en zwakke instituties.

Ramautarsing waarschuwt dat Suriname nu al moeite heeft om corruptie structureel te bestrijden. Wanneer straks veel grotere geldstromen door de overheid lopen, wordt dat risico alleen maar groter.

“Als we nu niet in staat zijn om corruptiebestrijding structureel en professioneel te doen, dan gaan we straks met veel geld nog meer problemen hebben”, zegt hij.

Die waarschuwing staat niet op zichzelf. Ramautarsing heeft ook in Inzicht betoogd dat Suriname de corruptieketen vóór de komst van de grote olie-inkomsten moet doorbreken.

Kritiek op Anti-Corruptiecommissie

Ramautarsing plaatst daarbij vraagtekens bij de slagkracht van de Anti-Corruptiecommissie.

Volgens hem is het niet voldoende om regels en registratieverplichtingen op papier te hebben. Er moet ook zichtbaar worden gecontroleerd, onderzocht en gehandhaafd.

Hij wijst in het interview onder meer op de vermogensregistratie van politiek prominente personen en vraagt waarom niet duidelijk wordt gemaakt hoeveel betrokkenen daadwerkelijk aan hun verplichtingen hebben voldaan en welke consequenties volgen wanneer dat niet is gebeurd.

Voor Ramautarsing is corruptiebestrijding daarmee geen los juridisch dossier. Het bepaalt volgens hem mede of toekomstige olie-inkomsten uiteindelijk breed in de samenleving terechtkomen.

Ook vissterfte komt ter sprake

Tijdens het gesprek bij Radio Awaaz haalt Ramautarsing ook de vissterfte en de rol van staatsbedrijf Grasalco aan. Hij gebruikt de kwestie als voorbeeld van zijn bredere kritiek op verantwoordelijkheid binnen het bestuur.

Wanneer bij een ernstige milieukwestie een staatsbedrijf in beeld komt, moet volgens hem niet alleen worden vastgesteld wat technisch is misgegaan. Ook moet duidelijk worden wie bestuurlijk verantwoordelijk is en welke consequenties daaraan worden verbonden.

Ramautarsing doet daarbij ook stevige uitspraken over mogelijke politieke belangen achter dergelijke dossiers. Voor die beschuldigingen worden in het interview geen bewijsstukken overgelegd. Rinieuws presenteert die daarom nadrukkelijk als uitspraken van Ramautarsing en niet als vastgestelde feiten.

Venezuela: handtekening is nog geen resultaat

Ook de recente samenwerking tussen Suriname en Venezuela passeert de revue.

Ramautarsing is niet tegen dergelijke internationale overeenkomsten. Integendeel, samenwerking kan volgens hem waardevol zijn.

Maar een ondertekend document is nog geen resultaat.

Hij vindt dat Suriname te vaak overeenkomsten sluit zonder dat later duidelijk wordt wat die concreet hebben opgeleverd. Bij afspraken over visserij moet volgens hem bijvoorbeeld eerst voldoende onderzoek beschikbaar zijn naar visbestanden, economische effecten en mogelijke overbevissing.

Goed beleid begint volgens Ramautarsing niet bij de ondertekening, maar bij voorbereiding, uitvoering en controle.

‘Meer geld in hetzelfde systeem’

Daarmee loopt door het hele interview één duidelijke rode draad.

Ramautarsing zegt niet dat Suriname geen economische kansen heeft. Integendeel: olie en gas kunnen het land grote nieuwe inkomsten opleveren.

Zijn waarschuwing is dat meer geld geen zwak bestuur repareert.

Daarvoor zijn volgens hem een sterker Planbureau, realistische begrotingen, krachtige controle door De Nationale Assemblée, beter functionerende ministeries en daadwerkelijke handhaving nodig.

Juist daarom moet de beloofde ‘Kenki a Systeem’ volgens Ramautarsing plaatsvinden vóórdat de grote oliedollars binnenkomen.

Anders krijgt Suriname misschien wel veel meer geld, maar blijft de fundamentele vraag onbeantwoord:

wat gebeurt er wanneer miljarden terechtkomen in een systeem dat zelf niet is veranderd?

Leave a reply

Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws rechtstreeks in je inbox! Mis geen updates over de belangrijkste gebeurtenissen.

50 euro korting

NET BINNEN

Reacties
Join Us
  • Facebook
  • X
  • Youtube
Follow
Search Add a post
Loading

Signing-in 3 seconds...

Signing-up 3 seconds...