Abop Suriname

VAN SAMSON OVER ABOP-DIRECTEUREN: ‘DIT PATROON VALT WEL HEEL ERG OP’

RedactiePolitiek Suriname18 september 2026356 Views

PARAMARIBO — Worden misstanden bij staatsbedrijven consequent aangepakt, ongeacht politieke kleur, of wordt selectief bepaald welke bestuurders onder het vergrootglas komen? Parlementariër Cedric van Samson zet daar openlijk vraagtekens bij. Hij zegt een patroon te zien waarbij de aandacht opvallend vaak terechtkomt bij functionarissen die verbonden zijn aan de ABOP. Tegelijk benadrukt hij dat daadwerkelijke misstanden gewoon onderzocht moeten worden.

Van Samson reageerde daarmee op uitspraken van ABOP-leider en DNA-vicevoorzitter Ronnie Brunswijk, die eerder stelde dat directeuren uit ABOP-gelederen worden gecriminaliseerd.

Waar Van Samson die beschuldiging niet zonder meer overneemt, zegt hij wel dat het gevoel van Brunswijk volgens hem “niet uit de lucht gegrepen” is.

‘Er is een bepaalde mate van willekeur’

Van Samson zegt dat hem opvalt hoe onderzoeken, beschuldigingen en publieke aandacht zich ontwikkelen rond bepaalde functionarissen.

“Er is een bepaalde mate van willekeur in achtervolgen, vervolgen en het publiceren van wat men heeft gevonden”, stelt het parlementslid. Vervolgens zegt hij dat volgens hem “steeds de pijlen gericht zijn op departementen die te maken hadden met de ABOP”.

Het gaat om een politieke observatie van Van Samson. Uit zijn uitspraken volgt geen bewijs dat sprake is van een georganiseerd beleid om specifiek ABOP-functionarissen te treffen.

Maar juist daarom ontstaat volgens hem een andere belangrijke vraag: worden dezelfde maatstaven toegepast wanneer vermoedelijke misstanden zich voordoen bij functionarissen uit andere politieke kringen?

TAS als voorbeeld

Van Samson haalt daarbij ook de ontwikkelingen rond de Telecommunicatie Autoriteit Suriname (TAS) aan.

Daar woedt een zwaar bestuurlijk conflict rond directeur Wendy Jap-A-Joe en de Raad van Commissarissen. Commissarissen hebben ernstige vragen opgeworpen over onder meer de bedrijfsvoering en financiële verantwoording.

Van Samson plaatst echter vraagtekens bij de wijze waarop delen van dat proces zijn verlopen.

Hij verwijst specifiek naar RvC-voorzitter Emanuel Scheek en stelt dat er op een vrijdagmiddag een verzoek zou zijn verstuurd waarbij binnen 24 uur informatie moest worden aangeleverd.

“Hoe logisch is dat?”, vraagt Van Samson zich af.

Daarmee spreekt hij zich niet uit over de vraag of de aantijgingen tegen de TAS-directie inhoudelijk terecht zijn. Zijn kritiek richt zich op de procedure en op de indruk die volgens hem kan ontstaan wanneer dergelijke stappen onder grote tijdsdruk worden genomen.

Misstand of politieke afrekening?

En precies daar trekt Van Samson een duidelijke scheidslijn.

Wanneer onderzoek daadwerkelijk is gebaseerd op het blootleggen van misstanden, ziet hij dat als iets anders dan wanneer politieke motieven zouden meespelen.

“Als die het puur gebaseerd is op het aan de dag brengen van misstand, dan is het een ander ding”, zegt hij. “Maar als het politiek ingegeven is, dan kan ik niet zeggen dat Brunswijk ongelijk heeft.”

Die formulering is belangrijk.

Van Samson stelt niet vast dat sprake is van een politieke afrekening. Hij zegt dat de opeenvolging van gebeurtenissen volgens hem voldoende vragen oproept om niet zonder meer voorbij te gaan aan de beschuldiging van Brunswijk.

Ook stilte roept vragen op

Van Samson wijst tegelijkertijd op een andere kant van het politieke speelveld.

Hij zegt dat vóór de verkiezingen veel kritiek bestond op bepaalde functionarissen en dat er onderzoeken en beschuldigingen circuleerden, terwijl over sommige dossiers volgens hem inmiddels veel minder wordt gehoord.

Daarmee draait hij de discussie feitelijk om.

Niet alleen de vraag wie wordt onderzocht is relevant, maar ook:

welke dossiers verdwijnen uit de politieke aandacht zodra de machtsverhoudingen veranderen?

Van Samson noemt in dat verband ook de positie van EBS-directeur Leo Brunswijk. Volgens hem werd vóór de verkiezingen nadrukkelijk gesproken over nepotisme en over de vraag of Brunswijk directeur van EBS zou moeten blijven.

Nu Ronnie Brunswijk opnieuw onderdeel is van de coalitie, vindt Van Samson het opvallend dat die discussie veel minder nadrukkelijk wordt gevoerd.

Ook daarvoor levert hij geen bewijs dat coalitieafspraken de oorzaak zijn. Hij presenteert het als een politieke observatie.

De ongemakkelijke vraag voor regering én parlement

Het probleem reikt daarmee verder dan ABOP.

Wanneer staatsbedrijven en parastatalen werkelijk moeten worden opgeschoond, moet dezelfde meetlat volgens deze discussie worden gebruikt voor iedere directeur, iedere Raad van Commissarissen en iedere politieke partij.

Dat betekent dat aantijgingen moeten worden onderbouwd, onderzoeken volgens controleerbare procedures moeten verlopen en conclusies niet vooruit mogen lopen op feiten.

Maar het betekent óók dat politieke connecties geen bescherming mogen bieden wanneer er wél concrete aanwijzingen van misstanden bestaan.

Daarmee komt uiteindelijk een vraag op tafel die verder gaat dan Wendy Jap-A-Joe, Leo Brunswijk, TAS of EBS:

kan de regering aantonen dat staatsbedrijven ongeacht politieke kleur volgens dezelfde normen worden gecontroleerd — en dat zowel onderzoek als ingrijpen niet afhankelijk is van wie op dat moment deel uitmaakt van de coalitie?

Leave a reply

Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws rechtstreeks in je inbox! Mis geen updates over de belangrijkste gebeurtenissen.

50 euro korting

NET BINNEN

Reacties
Join Us
  • Facebook
  • X
  • Youtube
Follow
Search Add a post
Loading

Signing-in 3 seconds...

Signing-up 3 seconds...