
PARA — De zaak rond de penitentiaire ambtenaar die een jongeman onder schot hield, krijgt een nieuw vervolg. De moeder van de jongere zegt dat direct na het incident aanvankelijk geen aangifte kon worden gedaan. Ook verklaart zij dat zij de betrokken ambtenaar na het verhoor van haar zoon nog gewoon door de buurt zag rijden. De nieuwe verklaringen roepen vragen op over de afhandeling in de eerste uren na het incident.
Moeder Anastasia Verwi vertelt tegenover SUN Web TV dat zij tijdens het incident niet thuis was. Haar zoon stuurde haar via WhatsApp dat hij door een man onder schot werd gehouden. Aanvankelijk dacht zij dat hij een grap maakte, totdat haar zoon duidelijk maakte dat hij niet weg kon en haar vroeg onmiddellijk naar huis te komen.
Toen Verwi arriveerde, was de politie volgens haar al ter plaatse geweest.
Vooral wat daarna gebeurde, zorgt nu voor nieuwe vragen.
Verwi zegt dat zij de zaak wilde aangeven, maar dat haar aanvankelijk werd meegedeeld dat geen aangifte zou worden opgenomen omdat de kwestie al in onderzoek was.
Zij nam daarop contact op met het alarmnummer 115. Volgens haar kreeg zij te horen dat de betrokken jongeren zich de volgende ochtend moesten aanmelden. Haar zoon werd vervolgens verhoord en daarna werd zijn aangifte alsnog opgenomen.
Waarom de aangifte volgens de moeder niet onmiddellijk werd opgenomen, is vooralsnog niet onafhankelijk bevestigd.
De moeder meldt daarnaast dat na het incident een projectiel werd gevonden. De familie zou daarvan eerst een foto hebben gemaakt en het vervolgens aan de politie hebben overgedragen.
Dat kan van belang zijn voor het technisch onderzoek naar het afgevuurde schot.
Het dienstwapen van de betrokken penitentiaire ambtenaar is later eveneens door de politie in beslag genomen.
Na het verhoor en de aangifte keerde Verwi naar huis terug. Daar zag zij volgens haar de betrokken ambtenaar nog door de straat rijden.
Voor de moeder leidde dat tot de vraag waarom hij op dat moment nog niet was aangehouden. Zij zegt zich daardoor zorgen te hebben gemaakt over de veiligheid van haar kinderen.
Later werd de ambtenaar wel in verzekering gesteld. De verklaring van Verwi lijkt daardoor betrekking te hebben op de periode tussen het incident en de uiteindelijke aanhouding.
Daarmee wordt de exacte tijdlijn relevant: wanneer werd de ambtenaar ontwapend, wanneer werden maatregelen tegen hem getroffen en op welk moment werd besloten hem in verzekering te stellen?
Verwi doet tegenover SUN Web TV nog een andere, ernstigere bewering. Zij zegt te hebben vernomen dat de PA eerder betrokken zou zijn geweest bij een verkeersongeval op de Highway en daarbij eveneens zijn vuurwapen zou hebben getrokken tegenover omstanders die hem aanspraken.
Voor deze bewering is vooralsnog geen onafhankelijke bevestiging gevonden. Rinieuws presenteert dit daarom nadrukkelijk niet als vastgesteld feit.
De moeder vraagt daarnaast of bij de ambtenaar een drugstest is uitgevoerd vanwege het gedrag dat getuigen volgens haar zouden hebben waargenomen. Ook daarvoor is geen bewijs dat drugs daadwerkelijk een rol hebben gespeeld.
De zaak begon nadat de penitentiaire ambtenaar T.B.W. in Para in conflict raakte met een groep jongeren.
Over de aanleiding bestaan verschillende verklaringen. De ambtenaar stelde dat jongeren zich op de rijbaan bevonden waardoor verkeer moest uitwijken en dat zij niet reageerden toen hij hen aansprak. De familie houdt vol dat de jongens bij hun eigen woning waren en dat een van hen op dat moment online aan het gamen was.
De confrontatie escaleerde uiteindelijk tot vuurwapengebruik. Een jongeman werd onder schot gehouden en er werd een schot gelost.
Minister van Justitie en Veiligheid Harish Monorath veroordeelde het optreden eerder tegenover SUN en noemde het handelen van de ambtenaar teleurstellend en verwerpelijk. Hij plaatste ook vraagtekens bij de noodzaak om in deze situatie naar een vuurwapen te grijpen.
De betrokken PA werd uiteindelijk in verzekering gesteld en zijn dienstwapen werd voor onderzoek in beslag genomen.
Met de nieuwe verklaring van de moeder verschuift de aandacht nu gedeeltelijk van het incident zelf naar wat er daarna gebeurde.
Waarom kon volgens de familie aanvankelijk geen aangifte worden gedaan? Hoeveel tijd zat tussen het incident, het ontwapenen van de ambtenaar en zijn uiteindelijke aanhouding? En klopt de bewering dat er vóór deze zaak al een incident met dezelfde wapendrager was geweest?
Vooral die laatste vraag kan belangrijk worden.
Als eerdere meldingen daadwerkelijk blijken te bestaan, gaat het niet langer alleen om wat er die avond in Para gebeurde, maar ook om de vraag of er eerder signalen waren — en wat de verantwoordelijke instanties daarmee hebben gedaan.