Viskeuringsinstituut Suriname

NIEUWE DETAILS IN VKI-DOSSIER: BETALINGEN VOOR NIVS, DURE PICK-UPS EN VRAGEN OVER US$300.000

RedactieActueel nieuws uit Suriname26 september 2026240 Views

PARAMARIBO — Nieuwe details over het financieel beheer en toezicht binnen het Viskeuringsinstituut (VKI) zijn naar buiten gekomen. Rinieuws heeft documenten ingezien die momenteel op het internet circuleren en waarin aanvullende bevindingen staan over betalingen voor NIVS, grote geldbedragen die via privérekeningen liepen, mogelijke belangenconflicten, voertuigaankopen en een termijndeposito van US$ 300.000 dat volgens de huidige Raad van Toezicht niet uit eigen beweging werd gemeld.

Het gaat om een brief van de huidige Raad van Toezicht (RvT), gedateerd 24 juli 2026 en gericht aan minister Mike Noersalim van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV). De brief begeleidt het eindrapport van een onafhankelijk financieel- en governanceonderzoek van Vliet Accountants & Consultants N.V.

Een deel van de bevindingen uit het onderzoek was eerder al bekend. De nu circulerende brief bevat echter aanvullende details en laat ook zien welke conclusies de huidige RvT zelf aan de bevindingen van Vliet verbindt.

De RvT schrijft dat het onderzoek een aanzienlijk deel bevestigt van de financiële en bestuurlijke risico’s en tekortkomingen die de raad eerder zelf had geconstateerd.

Sinds 2021 geen goedgekeurde jaarrekeningen

Volgens de documenten is 2020 het laatste boekjaar waarvoor een definitief gecontroleerde jaarrekening beschikbaar was.

De financiële verslagen over 2021 tot en met 2024 bleven volgens de brief concepten.

Vliet stelt volgens de RvT vast dat binnen het VKI gedurende meerdere jaren op basis van conceptjaarrekeningen werd gewerkt.

Daarmee functioneerde het instituut jarenlang zonder definitief gecontroleerde jaarrekeningen over de daaropvolgende boekjaren.

Grote bedragen via privérekeningen

Een van de opvallendste bevindingen betreft valutaconversies. De huidige RvT schrijft dat grote bedragen via privérekeningen liepen, waaronder een rekening van voormalig directeur Julliette Colli-Wongsoredjo.

Vliet bevestigt volgens de brief dat valutaconversies via privébankrekeningen plaatsvonden en dat hiervoor geen formeel treasurybeleid of ander beleidskader aanwezig was.

De RvT spreekt van financiële benadeling doordat lagere wisselkoersen werden gehanteerd dan de geldende koersen van de Centrale Bank van Suriname (CBvS). Vliet formuleert dit voorzichtiger en stelt dat de ontvangen SRD-tegenwaarde lager was dan de CBvS-koersen en dat formele koersafspraken en treasuryrichtlijnen ontbraken.

De huidige RvT plaatst daarnaast vraagtekens bij eerdere controles door de CLAD en een externe RA-accountant, in de brief aangeduid als vermoedelijk de heer Mohanlal, omdat deze constructies daarbij niet zouden zijn opgemerkt.

RvT: informatie over US$ 300.000 achtergehouden

De documenten beschrijven ook de gang van zaken rond een termijndeposito van US$ 300.000 bij Hakrinbank.

Volgens de brief had de huidige RvT de voormalige directeur gevraagd te bevestigen dat het VKI geen andere banktegoeden aanhield dan de tegoeden op een aangeleverd overzicht met banksaldi per februari 2026. Dat werd bevestigd.

Toen vervolgens naar termijndeposito’s werd gevraagd, bleef volgens de RvT een volledig antwoord uit. Pas nadat specifiek naar een deposito van US$ 300.000 werd gevraagd, bleek dat dit bedrag bij Hakrinbank was ondergebracht.

De RvT kwalificeert dit als het “achterhouden van relevante informatie aan de toezichthoudende instantie”. Vliet bevestigt volgens de brief het bestaan van het deposito en constateert dat geen marktonderzoek of vergelijking van rentetarieven had plaatsgevonden. De rente bedroeg 2,5 procent per jaar, terwijl de RvT een toen gangbare rente van ongeveer 4 procent noemt.

RvT jarenlang niet conform statuten samengesteld

Ook het toezicht zelf komt nadrukkelijk aan bod. Volgens de statuten moet de Raad van Toezicht uit minimaal vijf en maximaal zeven personen bestaan.

Uit de stukken blijkt volgens de huidige RvT dat de raad gedurende vijf jaar uit slechts drie personen bestond: Udo Karg, Felter-Modiwirjo en P.E. Amatsoemarto.

Volgens de brief was er al op 8 oktober 2021 toestemming van toenmalig minister Parmanand Sewdien om twee waarnemende leden toe te voegen in afwachting van het voltallig maken van de raad. Dat zou echter nooit zijn gebeurd.

De huidige RvT stelt daarom dat de voormalige raad jarenlang in strijd met de statuten heeft gefunctioneerd. Vliet bevestigt volgens de brief dat de raad gedurende de onderzoeksperiode uit drie leden bestond, terwijl de statuten minimaal vijf voorschrijven.

Mogelijke belangenconflicten en dubbele functies

Bij Udo Karg beschrijft de RvT meerdere functies die volgens de raad met elkaar conflicteerden. Hij was voorzitter van de Surinaamse Seafood Associatie (SSA), (waarnemend) voorzitter van de RvT van het VKI en tevens tweede procuratiehouder.

De huidige RvT schrijft bovendien dat het bedrijf van Karg een hoge openstaande schuld bij het VKI had.

Ook Felter-Modiwirjo vervulde verschillende rollen. Zij was van 2020 tot en met 2025 lid van de RvT en werd vanaf januari 2025 ingezet ter ondersteuning van Financiële Zaken. Per 1 februari 2026 werd zij hoofd van die afdeling. Volgens de brief ontving zij hiervoor maandelijks bedragen die begonnen bij US$ 500 en opliepen tot US$ 605, bovenop haar RvT-vergoeding.

De RvT schrijft verder dat er onduidelijkheid bestond over haar werving en kwalificaties. Vliet constateert volgens de brief bredere governance-risico’s door combinaties van toezichthoudende en uitvoerende functies, zakelijke relaties en familiebanden, zonder formele integriteits- of conflict-of-interestmaatregelen.

Directeur nam ook Financiële Zaken waar

Ook voormalig directeur Colli-Wongsoredjo vervulde volgens de documenten verschillende functies. Van januari 2025 tot februari 2026 nam zij als directeur tevens de functie van hoofd Financiële Zaken waar. De huidige RvT kwalificeert deze situatie als conflicterend. De raad stelt daarnaast dat uit uittreksels van de Kamer van Koophandel blijkt dat tussen de voormalige directeur en de ondernemingen GRU Smart Business Consulting en EJ Imports een familiale relatie bestaat. Vliet wijst volgens de brief eveneens op familiebanden als onderdeel van de geconstateerde governance-risico’s.

VKI betaalde kosten voor NIVS

Een ander opvallend onderdeel betreft betalingen die via het VKI voor NIVS werden verricht. Volgens de documenten werden maandelijks betalingen voor socialmedia-activiteiten van NIVS via het VKI overgemaakt. Als reden wordt genoemd dat NIVS geen eigen bankrekening bezat, waarbij in de brief wordt aangegeven dat dit nog onderzocht moest worden. Ook reiskosten voor personen verbonden aan NIVS werden volgens de stukken door het VKI betaald. Daarbij wordt Tania Lieuw A Soe bij naam genoemd: een vliegticket van US$ 1.994 en US$ 2.450 aan handgeld. Volgens de huidige RvT werd door Financiële Zaken geen terugstorting of terugbetaling van deze bedragen aangetroffen. Vliet stelt volgens de brief vast dat kosten voor NIVS via VKI zijn betaald zonder volledige formele overeenkomsten of bestuursbesluiten.

D-Max-voertuigen zonder bedrijfseconomische onderbouwing

Ook de aanschaf van voertuigen wordt door de huidige RvT bekritiseerd. In 2019 werd volgens de stukken een nieuwe Isuzu D-Max aangeschaft voor US$ 42.500. In 2021 volgde een voertuig van US$ 46.000. De RvT schrijft dat geen bedrijfseconomische onderbouwing voor deze investeringen werd aangetroffen. In de brief wordt daarbij gesproken over voertuigen voor “directiecomfort”.

Daartegenover werden volgens de documenten voor de inspectiedienst goedkopere tweedehandsvoertuigen ingezet. De voormalige directeur kon volgens de RvT niet aantonen dat deze investeringen prioriteit hadden boven het innen van openstaande vorderingen, noch dat de voertuigen bijdroegen aan verbetering van de financiële positie van het instituut.

Statutaire limieten en gebrekkige interne controle

Verder worden tekortkomingen beschreven in de administratieve organisatie en interne beheersing. Volgens de RvT gold op grond van artikel 7 van de statuten een beperking van SRD 10.000. De voormalige directeur hanteerde daarnaast limieten van US$ 3.000 en EUR 2.500. Volgens de brief werd voor deze afwijkende limieten geen onderbouwing aangetroffen.

Vliet stelt volgens de brief vast dat geen formele procuratie-, mandaat- of bevoegdhedenregeling aanwezig was en dat verschillen bestonden tussen statutaire bevoegdheden en bancaire autorisaties. Ook vond geen structurele vergelijking plaats tussen de opbrengsten in de administratie van het VKI en relevante gegevens van de douane. Daarnaast constateerde Vliet volgens de brief meerdere tekortkomingen in de interne beheersing, formele besluitvorming en administratieve organisatie.

Oproep tot naamzuivering voor voormalig directeur

De bevindingen krijgen extra betekenis omdat eerder juist werd opgeroepen tot naamzuivering van voormalig VKI-directeur Julliette Colli-Wongsoredjo. NDP-parlementariër Ann Sadi stelde eind augustus in De Nationale Assemblee dat uit het accountantsrapport zou blijken dat geen sprake was van frauduleuze financiële handelingen. Zij sprak van onterechte karaktermoord en eiste naamzuivering voor de voormalige directeur. Waterkant berichtte daar op 1 september over.

Dat het onderzoek geen bewezen financiële fraude vaststelt, betekent echter niet dat er geen tekortkomingen zijn geconstateerd. Uit de stukken die Rinieuws heeft ingezien blijkt dat Vliet Accountants wel degelijk risico’s en tekortkomingen vaststelde rond onder meer governance, interne beheersing, valutaconversies via privérekeningen en het ontbreken van formele beleids- en bevoegdheidskaders.

Daarbij moet onderscheid worden gemaakt tussen de bevindingen van Vliet Accountants en de scherpere conclusies van de huidige Raad van Toezicht. De RvT beschrijft daarnaast kwesties rond het termijndeposito van US$300.000, betalingen voor NIVS, mogelijke belangenconflicten, voertuigaankopen en informatie die volgens de raad niet uit eigen beweging aan het toezichthoudende orgaan werd verstrekt.

De nieuwe documenten plaatsen de eerdere oproep tot naamzuivering daarmee in een bredere context: het ontbreken van een vaststelling van fraude neemt de overige financiële en bestuurlijke bevindingen uit het dossier niet weg.

Druk op minister Noersalim neemt toe

De brief met het eindrapport werd op 24 juli 2026 rechtstreeks aangeboden aan minister Mike Noersalim. Daarmee ligt het dossier inmiddels ook bij het ministerie van LVV.

De huidige RvT stelt bovendien dat de valutaconversies via privérekeningen en betalingen voor NIVS “niet rechtstreeks of indirect bijdragen aan het wettelijk doel van VKI”. Volgens de raad had de voormalige RvT tegen dergelijke uitgaven kunnen optreden, maar is dat niet gebeurd. Daarmee ligt er een concrete vraag bij minister Noersalim: welke maatregelen zijn sinds 24 juli genomen naar aanleiding van het rapport en de bevindingen van de huidige Raad van Toezicht?

De nu circulerende documenten voegen daarmee nieuwe details toe aan een dossier dat verder gaat dan één administratieve tekortkoming. Ze roepen vragen op over financieel beheer, toezicht, mogelijke belangenconflicten, privérekeningen, NIVS-betalingen en interne controle — maar vooral over wat er na het onderzoek met deze bevindingen is gedaan.

Leave a reply

Follow
Search Add a post
Loading

Signing-in 3 seconds...

Signing-up 3 seconds...