
PARAMARIBO — Het bedrag van SRD 270.000 dat in het initiatiefvoorstel rond de nieuwe bezoldiging van de president naar voren kwam, blijkt volgens VHP-fractieleider Asiskumar Gajadien op een rekenfout te berusten. Het bedrag moet volgens hem worden gecorrigeerd naar ongeveer SRD 130.000 per maand.
Gajadien maakte dat dinsdag bekend tijdens een interview in ABC Actueel.
„Het is vandaag gecorrigeerd. Het moest vier maal 33 zijn, dus het wordt 130 in plaats van 270”, zei de parlementariër.
Een dag eerder was naar buiten gekomen dat Gajadien en NPS-parlementariër Jerrel Pawiroredjo een initiatiefvoorstel hadden ingediend om de automatische koppeling tussen de bezoldiging van de president en die van een departementsdirecteur te beëindigen. In berichtgeving over dat voorstel werd een maandelijkse bezoldiging van SRD 270.000 genoemd.
Volgens Gajadien is bij de berekening echter uitgegaan van een verkeerd bedrag. Hij legde bij ABC uit dat bij de berekening snel overleg was gepleegd en daarbij SRD 66.000 als uitgangspunt werd genomen, terwijl volgens hem met ongeveer SRD 33.000 gerekend had moeten worden.
Daarmee verandert een belangrijk onderdeel van het ingediende voorstel.
De kern van het initiatief blijft volgens Gajadien hetzelfde: toekomstige salarisverhogingen voor landsdienaren moeten niet meer automatisch doorwerken naar de president en vervolgens naar andere politieke ambtsdragers.
De regering en vakbeweging kwamen eind augustus een algemene salarisverhoging van 15 procent voor landsdienaren en gelijkgestelden overeen.
Door de bestaande wettelijke koppelingen ontstond vervolgens discussie over de vraag of die verhoging ook zou doorwerken naar de politieke top.
De regering besloot op 15 september de verhoging voor leden van de regering en DNA voorlopig aan te houden. De kwestie moet in oktober opnieuw worden geëvalueerd.
Gajadien wil nu verder gaan en de automatische koppeling wettelijk beëindigen.
„Wanneer de landsdienaar verhogingen krijgt”, bevestigde hij in het interview, betekent het voorstel dat het parlement, de president, vicepresident en andere gekoppelde politieke functionarissen niet automatisch meegaan.
Volgens Gajadien moet voor de president een vast bedrag in de wet worden opgenomen. Een toekomstige verhoging zou vervolgens afzonderlijk moeten worden beoordeeld.
Daarbij kunnen volgens hem onder meer inflatie, het prijspeil en de financiële mogelijkheden van de Staat worden meegewogen.
Het voorstel voorziet volgens hem bovendien in een evaluatiemoment om de drie jaar. Dat betekent niet automatisch dat het salaris iedere drie jaar omhooggaat; er moet worden bekeken of aanpassing op dat moment gerechtvaardigd is.
Gajadien wil uiteindelijk breder kijken dan alleen de president en vicepresident. Hij noemde onder meer DNA, de Staatsraad en de Rekenkamer.
Volgens hem moeten de geldelijke voorzieningen van politieke functionarissen uiteindelijk zo worden ingericht dat duidelijk en transparant is hoe hun bezoldiging wordt vastgesteld.
In hetzelfde interview koppelde hij die discussie bovendien aan integriteit en aansprakelijkheid van politieke functionarissen. Hij vindt dat bestuurders die door handelen of nalaten grote financiële schade veroorzaken voor de Staat, onder bepaalde omstandigheden aansprakelijk moeten kunnen worden gesteld.
De discussie over de 15 procent salarisverhoging heeft daarmee een bredere discussie blootgelegd: niet alleen hoeveel politieke ambtsdragers behoren te verdienen, maar vooral wie daarover beslist en of hun inkomen automatisch mag meestijgen wanneer ambtenaren een looncorrectie krijgen.
Het initiatief van Gajadien en Pawiroredjo moet nog door De Nationale Assemblée worden behandeld.
En voordat die behandeling begint, zal in ieder geval één opvallend onderdeel moeten worden rechtgezet: het aanvankelijk genoemde bedrag van SRD 270.000 voor de president.
Volgens Gajadien moet dat ongeveer SRD 130.000 worden.