
NEW YORK — De Jordaanse koning Abdullah II heeft tijdens de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties scherpe kritiek geuit op het optreden van Israël in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever. Volgens de koning beschikt de internationale gemeenschap over middelen om druk uit te oefenen, maar ontbreekt het aan politieke actie.
Abdullah stelde dat de wereld te lang heeft geprobeerd het Israëlisch-Palestijnse conflict te beheersen in plaats van daadwerkelijk op te lossen. Volgens hem zijn waarschuwingen over de gevolgen daarvan jarenlang onvoldoende serieus genomen.
De koning plaatste zijn boodschap in een breder betoog over internationale aandacht. Conflicten verdwijnen volgens hem regelmatig van de internationale agenda terwijl de onderliggende problemen blijven bestaan.
“Wat we verwaarlozen, heeft de neiging onze toekomst vorm te geven”, was de kern van zijn waarschuwing.
Het zwaarste deel van zijn toespraak ging over Gaza.
Abdullah stelde dat Israël ondanks het staakt-het-vuren aanvallen heeft voortgezet en Palestijnen steeds verder in een beperkt deel van Gaza heeft teruggedrongen. Ook Jordaanse veldhospitalen zouden volgens hem zijn getroffen.
Hij zei dat de ontwikkelingen volgens hem niet langer kunnen worden afgedaan als tijdelijke militaire maatregelen.
De koning erkende tegelijkertijd de inspanningen van de Amerikaanse president Donald Trump om tot vrede en beëindiging van de oorlog te komen, maar beschuldigde de Israëlische regering ervan de voorwaarden steeds te veranderen.
Abdullah waarschuwde vervolgens dat de internationale aandacht voor Gaza ontwikkelingen op de Westelijke Jordaanoever naar de achtergrond heeft gedrukt.
Hij wees onder meer op uitbreiding van nederzettingen, inbeslagname van grond, geweld door kolonisten en de verdrijving van Palestijnse gezinnen.
Volgens Abdullah gaat het niet langer om afzonderlijke incidenten, maar om ontwikkelingen die gezamenlijk een nieuwe werkelijkheid op de grond creëren.
Hij omschreef de toe-eigening van bezet gebied als “de facto annexatie” en stelde dat gedwongen verplaatsing van een bevolking een oorlogsmisdaad kan vormen.
Een van de belangrijkste politieke boodschappen van de Jordaanse koning was dat Gaza en de Westelijke Jordaanoever volgens hem niet afzonderlijk moeten worden bekeken.
Hij beschreef ze als twee onderdelen van hetzelfde probleem: in Gaza wordt volgens hem de werkelijkheid veranderd door vernietiging, terwijl dat op de Westelijke Jordaanoever gebeurt door landinname en uitbreiding van nederzettingen.
Volgens Abdullah is het uiteindelijke gevolg dat een levensvatbare Palestijnse staat steeds moeilijker realiseerbaar wordt.
Ook verwees hij naar het Arab Peace Initiative uit 2002. Dat initiatief bood normalisering van de betrekkingen met Israël in ruil voor vrede en Palestijnse staatsvorming.
Opvallend was dat Abdullah vervolgens concreet benoemde welke middelen de internationale gemeenschap volgens hem al bezit.
Hij noemde sancties, het bevriezen van tegoeden, embargo’s en diplomatiek isolement.
Volgens de koning zijn dergelijke instrumenten in andere internationale conflicten wel ingezet, terwijl resoluties over Israël volgens hem onvoldoende worden omgezet in daadwerkelijke maatregelen.
Daarmee legde Abdullah de verantwoordelijkheid nadrukkelijk bij de internationale gemeenschap.
De Jordaanse koning beperkte zijn waarschuwing niet tot de Palestijnse gebieden.
Ook de ontwikkelingen in Syrië kwamen aan bod. Abdullah sprak over Israëlische invallen, territoriale uitbreiding en ontwikkelingen rond belangrijke waterbronnen.
Voor Jordanië raakt dat direct aan de nationale veiligheid.
“Wij zullen onze veiligheid, ons water en de belangen van onze bevolking beschermen”, verklaarde de koning.
Volgens Abdullah moet de internationale gemeenschap daarom niet aannemen dat regionale spanningen beperkt zullen blijven tot Gaza en de Westelijke Jordaanoever.
Abdullah sloot zijn toespraak af met een bredere boodschap over oorlog en internationale samenwerking.
Volgens hem kan militaire macht geen duurzame politieke oplossing brengen. Oorlog kan geen hongerigen voeden, vluchtelingen naar huis brengen of langdurige vrede opbouwen.
Daarvoor zijn volgens de koning internationale instellingen, vertrouwen tussen landen en geloofwaardige afspraken nodig.
Zijn slotwaarschuwing aan de VN was duidelijk: de toekomst wordt niet alleen bepaald door de crises waarop de wereld reageert, maar ook door wat de wereld besluit te negeren.