
Minister Adelien Wijnerman van Financiën en Planning heeft in De Nationale Assemblee geen concrete duidelijkheid gegeven over de belastingafspraken met TotalEnergies en Petronas. Hoewel parlementariër Asiskumar Gajadien daar rechtstreeks naar vroeg, bleef de beantwoording beperkt tot een algemene uitleg over de Petroleumwet en de Algemene Wet Belastingen.
Gajadien wilde van de regering weten welke afspraken over de inkomstenbelasting zijn gemaakt voor de oliewinning door TotalEnergies en de mogelijke gaswinning door Petronas. Ook vroeg hij waarin de fiscale voorwaarden van beide overeenkomsten van elkaar verschillen, wanneer de afspraken zijn gemaakt en hoelang ze blijven gelden.
“Als we duidelijkheid kunnen krijgen vanuit de regering wat de verschillen zijn, wanneer die afspraken zijn gemaakt en tot welke periode”, hield Gajadien de minister voor.
In haar beantwoording ging Wijnerman niet concreet in op die vragen. Zij noemde geen belastingtarieven, vrijstellingen, bijzondere voordelen of looptijden die voor TotalEnergies en Petronas zouden gelden.
De minister legde slechts uit dat de Petroleumwet bijzondere fiscale bepalingen voor de petroleumsector kan bevatten. De Algemene Wet Belastingen vormt volgens haar vooral het algemene kader voor onder meer aangifte, aanslagen, controles, informatieverplichtingen, bezwaar, beroep en boetes.
Wanneer bijzondere regels voor de petroleumsector nodig zijn, moeten die volgens Wijnerman juridisch duidelijk worden vastgelegd. Anders geldt zoveel mogelijk het uniforme regime van de Algemene Wet Belastingen.
Daarmee bleef echter onbeantwoord of TotalEnergies en Petronas onder dezelfde fiscale voorwaarden opereren en welke uitzonderingen mogelijk in hun productiedelingscontracten zijn vastgelegd.
Opvallend is dat de minister bij vragen over de Surgold-overeenkomst wél concrete belastingpercentages noemde. Volgens Wijnerman bepaalt de openbaar beschikbare overeenkomst dat Surgold gedurende de looptijd 36 procent inkomstenbelasting over de jaarlijkse winst betaalt. Daarnaast geldt een bronbelasting van 15 procent op diensten vanaf de aanvang van de commerciële productie.
De minister benadrukte dat deze regeling voortvloeit uit de specifieke overeenkomst en niet automatisch voor alle ondernemingen geldt.
Juist dat maakt het ontbreken van concrete informatie over TotalEnergies en Petronas opvallend. Het parlement vroeg niet alleen naar het algemene wettelijke kader, maar expliciet naar de inhoud en verschillen van de gemaakte belastingafspraken.
De fiscale voorwaarden rond olie- en gaswinning bepalen mede hoeveel Suriname uiteindelijk aan zijn natuurlijke hulpbronnen verdient. Verschillen in tarieven, aftrekposten, vrijstellingen en looptijden kunnen grote gevolgen hebben voor de staatsinkomsten.
Tegelijkertijd erkende Wijnerman dat de Belastingdienst nog gespecialiseerde deskundigheid nodig heeft op het gebied van internationaal belastingrecht, transfer pricing, grote ondernemingen en de opkomende olie- en gassector. Die capaciteit moet volgens haar worden versterkt door gerichte werving, opleiding van eigen medewerkers en waar nodig tijdelijke technische ondersteuning.
Vooralsnog blijft de belangrijkste vraag onbeantwoord: welke belastingafspraken heeft Suriname precies met TotalEnergies en Petronas gemaakt, en zijn die voorwaarden voor beide bedrijven gelijk?