
Minister Harish Monorath van Justitie en Veiligheid spreekt stevige taal over de reeks strafzaken waarbij politieambtenaren in beeld zijn gekomen. Volgens de minister moet breder worden gekeken dan afzonderlijke incidenten. Hij ziet aanwijzingen voor georganiseerde criminaliteit die zich volgens hem al geruime tijd binnen delen van het overheidsapparaat heeft genesteld. Politieambtenaren die strafbare feiten plegen, hoeven volgens hem niet op bescherming te rekenen.
Monorath deed zijn uitspraken in het programma ABC Actueel, waar hij werd bevraagd over onder meer de diefstal van in beslag genomen kwik en verschillende recente zaken waarbij politiemensen als verdachte zijn aangemerkt.
De kwikzaak heeft inmiddels geleid tot de aanhouding van meerdere politieambtenaren. Het onderzoek draait om elf cilinders met in beslag genomen kwik die verdwenen uit een opslagcontainer op het terrein van politiebureau Geyersvlijt.
Volgens Monorath moet de zaak niet uitsluitend worden gezien als een integriteitsprobleem van individuele politiemensen.
“Ik zie het als organized crime”, zei hij. Volgens de bewindsman gaat het om criminaliteit die volgens hem al geruime tijd binnen het overheidsapparaat is doorgedrongen, waarbij mensen “direct of indirect” betrokken zijn geraakt.
De minister zegt dat er binnen de politie geen ruimte mag zijn om strafbare gedragingen toe te dekken.
“De rule of law geldt voor eenieder”, stelde Monorath. Wanneer politiemensen de fout ingaan, moeten volgens hem zowel tuchtrechtelijke als strafrechtelijke maatregelen volgen.
“Ik ben niet de minister die met de mantel der liefde zaken gaat bedekken.”
Monorath zegt bij zijn aantreden al te hebben vastgesteld dat er binnen de verschillende korpsen een integriteitsvraagstuk speelde. Volgens hem moet het systeem uiteindelijk in staat zijn zichzelf te corrigeren.
Hij wijst er daarbij op dat het juist politieonderzoek is dat nu leidt tot de identificatie en aanhouding van politiemensen.
Opvallend is dat volgens Monorath inmiddels ook wordt gekeken naar de achtergrond van politiemensen die in verschillende strafzaken voorkomen.
“We zijn nu aan het identificeren uit welke lichtingen deze mensen komen”, zei de minister.
Daarbij wordt volgens hem onderzocht of er een patroon bestaat en of bepaalde politiemensen uit dezelfde lichtingen afkomstig zijn, of dat financieel gewin de belangrijkste factor is geweest.
Ook bij nieuwe selecties wil de minister de eisen aanscherpen. Tegelijk erkent hij dat dit gevolgen heeft voor de instroom, omdat kandidaten momenteel ook kunnen afvallen op fysieke, sportieve of psychologische selectiecriteria.
De zaak rond het verdwenen kwik heeft volgens Monorath daarnaast een ander probleem blootgelegd: Suriname beschikt onvoldoende over geschikte voorzieningen voor het langdurig opslaan en beheren van gevaarlijke of waardevolle in beslag genomen goederen.
Volgens de minister blijven voertuigen en andere goederen soms jarenlang in opslag.
Hij zegt bovendien dat nog ongeveer 114 kilogram kwik op een overheidslocatie ligt opgeslagen en vernietigd moet worden. De procureur-generaal zou opdracht hebben gegeven tot vernietiging, terwijl volgens Monorath nog duidelijkheid van de Nationale Milieu Autoriteit nodig is over de wijze waarop dat veilig moet gebeuren.
De minister stelt daarom dat de overheid ook kritisch moet kijken naar haar eigen opslag- en beveiligingssystemen.
“Men zegt gelegenheid maakt de dief”, merkte hij daarbij op.
Monorath ging tijdens het gesprek ook in op de vermissing van twee Surinamers van wie wordt vermoed dat zij mogelijk in Guyana zijn beland.
Volgens hem loopt het onderzoek nog en is informatie opgevraagd bij de Guyanese autoriteiten. Ook is contact geweest met familieleden.
“We weten op dit moment nog niet waar deze twee jongens zich bevinden”, aldus de minister.
Ook in de zaak van de vermiste Rodney Leysner is volgens Monorath nog geen doorbraak.
Leysner wordt sinds augustus vermist. Zijn voertuig werd later uitgebrand teruggevonden in Saramacca. De minister benadrukt dat verschillende verhalen over wat met Leysner zou zijn gebeurd vooralsnog speculaties zijn.
Volgens hem kan het strafrechtelijk onderzoek daar niet op worden gebaseerd zolang daarvoor geen bewijs is gevonden.
Het onderzoek naar zijn verdwijning wordt voortgezet.
De reeks zaken zet ondertussen opnieuw de integriteit binnen het Korps Politie Suriname op de agenda. De uitspraken van Monorath maken duidelijk dat Justitie niet alleen individuele verdachten onderzoekt, maar ook wil vaststellen of er bredere patronen binnen het overheidsapparaat bestaan.