
PARAMARIBO — Suriname is bereid de geplande brug over de Corantijnrivier zelf te financieren. De eerdere afspraak waarbij Suriname en Guyana ieder 50 procent van de financiering voor hun rekening zouden nemen, is volgens minister van Buitenlandse Zaken, Internationale Handel en Samenwerking Melvin Bouva niet langer het uitgangspunt. De Memorandum of Understanding (MoU) die daarvoor bestond, liep volgens de minister in november 2025 af.
Bouva maakte dat zondag duidelijk tijdens een radio-interview waarin hij terugblikte op de gesprekken die Suriname in New York heeft gevoerd.
Volgens de minister zijn Suriname en Guyana het over één belangrijk punt eens: er moet een vaste verbinding tussen beide landen komen. De brug moet onder meer handel, toerisme en personenverkeer stimuleren. De discussie draait nu vooral om de financiering en de verdere afspraken rond het project.
Onder de vorige regering was volgens Bouva gekozen voor een constructie waarbij Suriname en Guyana ieder de helft zouden bijdragen.
De huidige regering kiest een andere benadering.
Volgens Bouva stelt Suriname zich op het standpunt dat de Corantijnrivier tot het Surinaamse territorium behoort en is de regering daarom bereid zelf verantwoordelijkheid te nemen voor de financiering van de brug.
Dat sluit aan bij een eerdere verklaring van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Het ministerie meldde in juli dat Suriname tijdens bilaterale gesprekken al had aangegeven voornemens te zijn de financiering van de brug voor eigen rekening te nemen.
Daarmee is de kwestie echter niet afgerond. Volgens Bouva moeten beide landen opnieuw tot afspraken komen, omdat de eerdere MoU is verlopen.
Niet alleen de financiering ligt op tafel. Ook afspraken over het gezamenlijk functioneren van de verbinding, beheer en controle moeten verder worden uitgewerkt.
Technische werkgroepen van beide landen moeten volgens de Surinaamse regering bovendien de financiële, technische en operationele aspecten verder uitwerken.
Opvallend is dat Suriname tegelijkertijd nauwer met Guyana wil samenwerken terwijl tussen beide landen nog grenskwesties bestaan.
Bouva maakte duidelijk dat hij die dossiers niet als reden ziet om andere samenwerking stil te leggen. Volgens hem hebben Suriname en Guyana de grenskwestie geërfd uit het koloniale verleden en moeten beide landen die uiteindelijk oplossen, terwijl functionele samenwerking ondertussen kan doorgaan.
De Corantijnbrug wordt daarmee niet alleen een infrastructureel megaproject. Ook de financiering, het beheer en de juridische afspraken rond de verbinding worden onderdeel van het bredere diplomatieke dossier tussen Paramaribo en Georgetown