
PARAMARIBO — Suriname kampt met achterstanden bij internationale organisaties die volgens minister van Buitenlandse Zaken, Internationale Handel en Samenwerking Melvin Bouva teruggaan tot 2008 en 2009. De regering wil daarom kritisch bekijken van welke internationale organisaties Suriname lid blijft en waar het land daadwerkelijk actief aan wil deelnemen.
Bouva sprak hierover tijdens een interview op ABc actueel waarin de achterstanden van Suriname binnen onder meer regionale organisaties ter sprake kwamen.
Volgens de minister heeft hij contributieverplichtingen aangetroffen die dateren van 2008 en 2009. Hij stelde dat Suriname bij sommige organisaties ruim vijftien jaar achterstanden heeft opgebouwd.
Bouva wil daarom niet simpelweg alle bestaande internationale lidmaatschappen op dezelfde manier voortzetten.
De minister pleit voor rationalisatie: Suriname moet volgens hem bepalen bij welke organisaties deelname daadwerkelijk van belang is en daar vervolgens ook actief participeren.
Als voorbeeld verwees hij naar een vergelijkbare operatie binnen De Nationale Assemblée, waarbij volgens hem het aantal organisaties waarin actief werd geparticipeerd uiteindelijk werd teruggebracht tot vijf.
De financiële problemen rond internationale contributies zijn niet nieuw. Uit eerdere overheidsstukken blijkt eveneens dat Suriname aanzienlijke betalingsachterstanden heeft opgebouwd. In de ontwerpstaatsbegroting voor 2023 werd de uitstaande contributieschuld tot en met 2022 op minimaal SRD 159,9 miljoen geraamd, exclusief bijkomende bankkosten en eventuele boeterente.
Bouva benadrukte tegelijkertijd dat de achterstand bij CARICOM inmiddels wordt ingelopen.
“We zullen betalen hoe we moeten betalen”, stelde de minister. Volgens hem is CARICOM onlangs verder ingelopen en zal de regering stapsgewijs doorgaan met het wegwerken van achterstanden.
Het probleem heeft volgens Bouva ook een diplomatieke kant. Een land dat internationaal wil meepraten, moet volgens hem strategisch bepalen waar het aanwezig wil zijn.
De regering staat daarmee voor twee opdrachten: oude financiële verplichtingen afbouwen én bepalen bij welke internationale organisaties Suriname het zich kan en wil veroorloven actief aan tafel te blijven.