Olieplatform werker op boorlocatie bij Staatsolie

MER ONTHULT GROOT SEISMISCH PLAN VOOR SURINAAMSE KUST: BELANGRIJKE GELUIDSDATA ONTBREEKT NOG

PARAMARIBO — Staatsolie bereidt nieuw 2D- en 3D-seismisch onderzoek voor in een enorm deel van het ondiepe offshoregebied van Suriname. Uit het concept-Milieueffectrapport (MER), dat RINIEUWS heeft ingezien, blijkt dat het studiegebied ongeveer 52.400 vierkante kilometer beslaat. Opvallend is dat de exacte locaties waar uiteindelijk seismische metingen zullen plaatsvinden nog niet vaststaan en dat voor waterdieptes onder 20 meter specifieke akoestische modelleringsgegevens voor een vergelijkbaar bronvermogen ontbreken.

Het onderzoeksgebied strekt zich vanaf de Surinaamse kust uit tot ongeveer 160 kilometer op zee. De waterdiepte loopt volgens het MER van circa 5 meter nabij de kust tot ongeveer 500 meter aan de noordelijke grens van het gebied.

Niet het volledige gebied van 52.400 vierkante kilometer hoeft daadwerkelijk seismisch te worden onderzocht. Op basis van voorlopige interpretaties wordt uitgegaan van minimaal ongeveer 2.000 vierkante kilometer waar seismische data kunnen worden verzameld.

De uiteindelijke omvang en locaties staan echter nog niet vast. Volgens het rapport zijn die mede afhankelijk van de voorlopige beoordeling van het olie- en gaspotentieel en de belangstelling vanuit de industrie.

MER moet snelle start mogelijk maken

Uit het document blijkt ook waarom Staatsolie de milieustudie in een vroeg stadium laat uitvoeren.

Staatsolie wil aanvullende geofysische informatie verzamelen om het olie- en gaspotentieel beter in kaart te brengen en beschikbare offshoregebieden verder te promoten.

Een vroeg afgeronde MER moet bovendien toekomstige maatschappijen die concessierechten verkrijgen in staat stellen beter voorbereid te zijn en sneller met seismisch onderzoek te beginnen zodra daarvoor de vereiste voorwaarden zijn vervuld.

Staatsolie maakte in mei al openbaar dat het studiegebied ongeveer 52.400 vierkante kilometer omvat en dat ILACO was aangesteld voor de milieueffectenanalyse.

Geen specifieke geluidsmodellering voor ondiepste water

Een opvallende passage in het concept-MER betreft onderwatergeluid.

Seismisch onderzoek maakt gebruik van krachtige geluidspulsen om structuren onder de zeebodem in kaart te brengen. De effecten daarvan op onder meer zeezoogdieren, zeeschildpadden en vissen vormen daarom een belangrijk onderdeel van de milieubeoordeling.

Voor waterdieptes onder 20 meter zijn volgens het rapport momenteel geen akoestische modelleringsgegevens beschikbaar voor seismisch onderzoek met een vergelijkbaar bronvermogen.

Het MER stelt dat in zeer ondiepe wateren doorgaans kleinere seismische bronnen worden gebruikt. Zodra de definitieve bronconfiguratie bekend is, wordt aanbevolen te beoordelen of aanvullende gebieds- en bronspecifieke akoestische modellering noodzakelijk is.

Voor andere delen van het offshoregebied zijn wel modelgegevens beschikbaar.

Bij laagfrequent horende walvisachtigen, waaronder baleinwalvissen, wordt in een eerdere studie een gemodelleerde afstand tot de drempel voor tijdelijke gehoorverslechtering van ongeveer 3.000 meter genoemd. Voor waterdieptes tussen 30 en 80 meter wordt in andere onderzoeken een afstand van ongeveer 3.200 meter genoemd.

Die cijfers betekenen niet automatisch dat dieren binnen die afstand blijvende gehoorschade oplopen. Het MER gebruikt ze juist om beschermings- en mitigatiemaatregelen vast te stellen.

Geen seismisch onderzoek tijdens schildpaddenseizoen

Voor de meest ondiepe gebieden worden aanvullende beperkingen voorgesteld.

In gebieden C en D, waar de waterdiepte minder dan 20 meter bedraagt, moet volgens het concept-MER tijdens het nestseizoen van zeeschildpadden — februari tot en met juli — geen seismisch onderzoek plaatsvinden.

Daarnaast worden observatiezones, een geleidelijke opstart van de geluidsbron en regels voor het uitstellen of stilleggen van werkzaamheden voorgeschreven wanneer kwetsbare dieren binnen bepaalde afstanden worden waargenomen.

Vissers vrezen verlies van vangst en schade

De consultaties met vissers leveren eveneens opvallende informatie op.

Vissers uit verschillende kustgebieden hebben zorgen geuit over mogelijke vermindering van visvangsten, het tijdelijk wegtrekken van vis, beperkingen bij het bereiken van visgronden en beschadiging van vistuig.

Volgens verslagen van de consultaties hebben vissers bij eerdere activiteiten bovendien problemen ervaren doordat informatie niet tijdig of breed genoeg werd verspreid. Daarbij werden ook situaties genoemd waarbij vaartuigen en uitgezette visnetten met elkaar in conflict kwamen.

Vissers willen daarom ruim van tevoren weten waar en wanneer onderzoeksschepen actief worden.

Het MER stelt voor dat vissers en visserijorganisaties ten minste 30 dagen vóór een relevante overlap worden geïnformeerd. Indien mogelijk moet ongeveer zeven dagen vooraf opnieuw een waarschuwing volgen en gedurende de onderzoeksperiode moet wekelijks worden gecommuniceerd.

Schadeclaims mogelijk, maar bewijs noodzakelijk

Ook schadevergoeding komt nadrukkelijk terug.

Vissers hebben tijdens consultaties gevraagd om compensatie wanneer het project leidt tot verlies van vangsten, beschadiging van vistuig of beperkingen van hun visserijactiviteiten.

Het concept-MER voorziet daarom in een klachtenmechanisme. Aantoonbare verliezen of schade kunnen worden gemeld, maar claims moeten worden onderbouwd en geverifieerd. Staatsolie houdt volgens de procedure de eindverantwoordelijkheid voor de klachtenafhandeling.

In het bijgevoegde klachtenformulier worden onder andere beschadigd vistuig, verminderde visvangst, olielekkage, geluidsoverlast, slecht afvalbeheer en milieuschade expliciet genoemd als mogelijke klachten.

Belangrijke gegevens moeten nog worden ingevuld

Daarmee ontstaat een belangrijk punt in het milieuproces.

Het MER beoordeelt al mogelijke effecten en beschrijft uitgebreide maatregelen om deze te beperken, terwijl onderdelen van het uiteindelijke project — waaronder de precieze locaties en voor sommige gebieden de definitieve bronconfiguratie — nog niet vaststaan.

Het rapport voorziet daarom in verdere beoordeling en aanvullende maatregelen zodra die gegevens beschikbaar komen.

De centrale vraag tijdens de verdere beoordeling wordt daarmee hoe wordt gegarandeerd dat de uiteindelijke locatie en technische uitvoering binnen de aannames en beschermingsmaatregelen van het MER blijven.

Het document dat RINIEUWS heeft ingezien staat aangeduid als Concept MER, versie 1.0, met als documentdatum 21 september 2026.

Leave a reply

BLIJF OP DE HOOGTE MET RINIEUWS
Ontvang het belangrijkste nieuws uit Suriname en de diaspora rechtstreeks in je inbox. Actueel, kritisch en overzichtelijk — zodat je niets hoeft te missen.

50 euro korting

NET BINNEN

Reacties
Join Us
  • Facebook
  • X
  • Youtube
Follow
Sign In/Sign Up Search Add a post
Loading

Signing-in 3 seconds...

Signing-up 3 seconds...

BLIJF OP DE HOOGTE MET RINIEUWS
Ontvang het belangrijkste nieuws uit Suriname en de diaspora rechtstreeks in je inbox. Actueel, kritisch en overzichtelijk — zodat je niets hoeft te missen.