
PARAMARIBO — Minister van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur Dirk Currie heeft hard uitgehaald naar de onderwijsbonden nadat zij ouders hadden opgeroepen hun kinderen op de eerste schooldag thuis te houden. Volgens de minister zijn de bonden daarmee buiten hun bevoegdheid getreden. De gevolgen van de tegenstrijdige boodschappen waren donderdag direct zichtbaar: op drie van de zes scholen die Currie bezocht, waren wel leerkrachten aanwezig maar geen leerlingen.
De gezamenlijke onderwijsbonden hadden leerkrachten juist opgeroepen zich op 1 oktober op school te melden, maar ouders gevraagd hun kinderen thuis te houden. Volgens de bonden moest eerst duidelijk worden of er voldoende leerkrachten beschikbaar waren om leerlingen verantwoord op te vangen.
Currie kan zich vinden in het eerste deel van die oproep, maar trekt een duidelijke grens bij het advies aan ouders.
“De bonden zijn totaal buiten hun bevoegdheden getreden om de ouders op te roepen om de leerlingen niet naar school te laten gaan”, verklaarde de minister. Volgens hem ligt de verantwoordelijkheid voor het organiseren van de start van het schooljaar bij het ministerie.
Currie bezocht op de eerste schooldag zes scholen. Bij drie waren zowel leerkrachten als leerlingen aanwezig. Op de andere drie waren voornamelijk leerkrachten aanwezig en bleven leerlingen grotendeels weg.
Volgens de minister speelde de communicatie tussen schoolleidingen en ouders daarbij een belangrijke rol. Scholen die ouders vooraf duidelijk hadden laten weten dat zij klaar waren om leerlingen te ontvangen, zouden volgens hem beter zijn gestart.
Het ministerie heeft inmiddels schooldirecteuren gevraagd te rapporteren hoeveel leerkrachten én leerlingen daadwerkelijk zijn verschenen. Daardoor moet duidelijk worden hoe groot de problemen tijdens de eerste schooldag landelijk waren.
De oproep van de bonden om kinderen thuis te houden werd woensdag gedaan vanwege onzekerheid over de personeelsbezetting. Het ministerie hield daarentegen vast aan 1 oktober als officiële startdatum van het schooljaar.
Ondanks de zorgen over het tekort aan leerkrachten wil Currie vooralsnog niet spreken van een onderwijskrisis.
Volgens de minister zijn er ongeveer 8.000 leerkrachten. In het gesprek werd gesproken over een tekort van ongeveer 800 leerkrachten. Currie wil eerst de definitieve cijfers van de scholen ontvangen voordat hij conclusies trekt over de omvang van het tekort.
Om gaten op te vullen heeft hij andere ministers gevraagd bevoegde leerkrachten die inmiddels op andere ministeries werken, de mogelijkheid te geven opnieuw enkele uren les te verzorgen. Voor bepaalde vakken wordt bovendien gekeken naar digitaal onderwijs. Voor het basisonderwijs wil Currie daar niet voor kiezen: daar moet volgens hem daadwerkelijk een leerkracht voor de klas staan.
Ook het tekort aan lokalen zorgt voor problemen. Ongeveer 800 leerlingen zijn wel geplaatst, maar moeten voorlopig verder reizen naar hun school.
Het ministerie wil daarvoor onder meer bustransport inzetten. De situatie moet tijdelijk zijn, omdat nieuwe lokalen worden gebouwd.
Volgens Currie is opdracht gegeven voor ongeveer honderd nieuwe leslokalen, die volgens de planning eind december gereed moeten zijn. Daarnaast worden tientallen bestaande lokalen gerenoveerd. Zodra voldoende lokalen beschikbaar zijn, moeten de ongeveer 800 leerlingen weer dichter bij hun woonomgeving onderwijs kunnen volgen.
Voor nog eens ongeveer 230 jonge leerlingen is de situatie ingewikkelder. Het ministerie onderzocht tijdelijke lokalen in containers, maar die oplossing bleek volgens Currie te duur voor slechts één kwartaal. Voor deze groep wordt daarom overwogen tijdelijk drie dagen per week onderwijs te geven.
Currie benadrukt dat veel problemen waarmee het onderwijs nu kampt niet pas bij de start van dit schooljaar zijn ontstaan. Volgens hem gaat het om achterstanden die gedurende meerdere jaren zijn opgebouwd.
Dat geldt volgens hem zowel voor afspraken met de bonden als voor schoolgebouwen en financiële verplichtingen.
Zo vertelde de minister dat de overheid zelfs huurachterstanden had bij een organisatie waarvan schoolruimte werd gehuurd. Nadat die achterstanden waren betaald, kon het complex opnieuw worden gebruikt. In Welgedacht C konden daardoor ongeveer 400 leerlingen worden geplaatst.
Ondanks de onrust houdt Currie vast aan zijn besluit om het onderwijs te laten doorgaan. Hij roept ouders nadrukkelijk op hun kinderen naar school te sturen.
Volgens hem betekent iedere gemiste onderwijsdag minder kansen voor leerlingen. Tegelijk erkent de minister dat er nog problemen zijn met onder meer leerkrachten en lokalen.
De tegenstelling met de onderwijsbonden blijft daarmee duidelijk: de bonden wilden eerst per school vaststellen of leerlingen verantwoord konden worden ontvangen, terwijl het ministerie vindt dat het onderwijs moet beginnen en problemen ondertussen moeten worden opgelost.
Currie benadrukt dat het meningsverschil volgens hem niet betekent dat er ruzie is met de bonden. Nieuwe gesprekken staan voor komende week gepland.
“Een meningsverschil betekent nog niet het hebben van ruzie”, aldus de minister.