
PARAMARIBO — Jennifer van Dijk-Silos heeft scherpe vragen gesteld over het uitblijven van optreden door het Openbaar Ministerie nadat een coalitiepartner publiekelijk uitspraken heeft gedaan over goud en de manier waarop hij geld verdient. Van Dijk-Silos noemt tijdens haar betoog geen naam, maar vraagt zich openlijk af waarom het OM niet in actie komt wanneer er volgens haar aanwijzingen zijn voor mogelijke strafbare feiten.
De voormalige minister van Justitie en Politie sprak tijdens het programma Retrospectie over de plannen van de regering om de goudsector verder te ordenen.
Volgens Van Dijk-Silos heeft het weinig zin om alleen nieuwe structuren op te richten wanneer tegelijkertijd onvoldoende wordt opgetreden tegen mogelijke misstanden in de sector.
Tijdens haar betoog verwees zij vervolgens nadrukkelijk naar een coalitiepartner.
“Je hebt een coalitiepartner die gewoon vertelt hoe hij aan zijn goud komt, wat hij doet, wat hij geeft en wat hij krijgt”, stelde Van Dijk-Silos.
Een naam noemde zij daarbij niet.
Daarna stelde ze echter een nog scherpere vraag:
“Waarom komt OM niet in? Er zijn misdrijven die gepleegd worden. Waarom komt OM niet in?”
Hoewel Van Dijk-Silos zelf geen naam noemt, komen haar opmerkingen kort nadat ABOP-voorzitter en coalitiepartner Ronnie Brunswijk publiekelijk uitgebreid heeft gesproken over zijn activiteiten in de goudsector en zijn manier van geld verdienen.
Brunswijk reageerde op beschuldigingen vanuit het traditionele gezag over goudwinning in het binnenland. Daarbij verklaarde hij onder meer dat mensen die op zijn concessies actief zijn betalen en dat hij zijn eigen manier heeft om inkomsten te genereren.
Hij stelde daarbij ook dat wanneer iemand wil dat hij iets voor die persoon doet, daarvoor betaald moet worden.
Brunswijk benadrukte tegelijkertijd dat hij geen overheidsgeld steelt en verklaarde dat hij belasting betaalt. Ook zei hij dat mensen die op zijn concessies werken zijn geregistreerd om belastingafdracht mogelijk te maken.
Van Dijk-Silos zegt nergens expliciet dat zij met haar verwijzing Brunswijk bedoelt. De timing en omschrijving maken de passage echter relevant tegen de achtergrond van de recente publieke discussie rond zijn uitspraken.
RINIEUWS publiceerde eerder een ingezonden opiniestuk waarin werd opgeroepen tot onderzoek naar de uitspraken en vermeende bewijzen van Ronnie Brunswijk rond goudwinning. Het betrof nadrukkelijk een opiniestuk en daarmee de visie en oproep van de inzender. De kwestie krijgt nu opnieuw aandacht doordat Van Dijk-Silos vanuit haar eigen juridische en bestuurlijke invalshoek publiekelijk de vraag stelt waarom het Openbaar Ministerie niet optreedt.
Voor Van Dijk-Silos gaat het uiteindelijk niet alleen om wat politici onderling over elkaar zeggen.
Haar kritiek richt zich juist op de instituties die moeten bepalen of uitspraken en handelingen aanleiding vormen voor onderzoek.
Wanneer informatie publiekelijk beschikbaar komt die mogelijk wijst op strafbare feiten, moet volgens haar worden gekeken waarom het Openbaar Ministerie niet optreedt.
Daarmee verschuift zij de discussie van de politieke arena naar de strafrechtelijke vraag: is er aanleiding om onderzoek te doen?
Dat is nadrukkelijk iets anders dan vaststellen dat iemand daadwerkelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. Uit de uitspraken van Van Dijk-Silos volgt geen rechterlijke vaststelling van schuld en zij noemt de betreffende coalitiepartner zelf niet bij naam.
De kwestie speelt terwijl de regering opnieuw werkt aan ordening van de goudsector. Ook Brunswijk heeft de afgelopen dagen gezegd dat die ordening noodzakelijk is en de sector een lastig dossier genoemd.
Van Dijk-Silos vindt echter dat nieuwe structuren alleen zin hebben wanneer ook toezicht en handhaving functioneren.
Daarbij plaatste zij eveneens vraagtekens bij de positie van de Nationale Milieu Autoriteit. Volgens haar moet duidelijk zijn welke bedrijven actief zijn, welke stoffen zij gebruiken en wie verantwoordelijk is wanneer rivieren worden vervuild.
Een Gold Board of andere nieuwe instantie moet volgens haar daarom niet alleen op papier bestaan, maar daadwerkelijk over bevoegdheden beschikken om te kunnen optreden.
De discussie over de goudsector krijgt daarmee een nieuwe dimensie.
Niet alleen de vraag wie goud wint en hoeveel de staat daarvan ontvangt ligt op tafel. Na de recente publieke uitspraken wordt ook steeds nadrukkelijker gevraagd wat toezichthouders en justitiële autoriteiten met dergelijke informatie doen.
Van Dijk-Silos heeft die vraag nu hardop gesteld: