
GEORGETOWN — De Guyanese president Irfaan Ali heeft de recente overeenkomst tussen Suriname en Venezuela expliciet genoemd tijdens een interview over de snel veranderende energiesector in het Caribisch gebied. Ali plaatste de deal naast andere grote regionale ontwikkelingen en waarschuwde dat het energielandschap in de regio steeds competitiever wordt. Tegelijk benadrukte hij dat hij de overeenkomst tussen Paramaribo en Caracas zelf niet heeft gezien.
Ali werd gevraagd naar de regionale energiepartnerschappen van Guyana en de ontwikkelingen in onder meer Trinidad en Tobago, Suriname, Barbados, Jamaica en Grenada.
De Guyanese president wees eerst op nieuwe exploratieactiviteiten in Trinidad en Tobago en de mogelijkheid van een grootschalig gasproject rond het Dragon-veld tussen Venezuela en Trinidad en Tobago. Vervolgens bracht hij Suriname ter sprake.
“We have an agreement that has been signed apparently — I’ve not seen it — between Venezuela and Surinam”, zei Ali.
Zijn voorbehoud is belangrijk: Ali zegt dat er kennelijk een overeenkomst is ondertekend, maar maakt tegelijkertijd duidelijk dat hij het document zelf niet heeft ingezien.
Dat er afspraken zijn gemaakt tussen Suriname en Venezuela is inmiddels officieel bevestigd. Tijdens het bezoek van de Venezolaanse president Delcy Rodríguez aan Paramaribo op 11 september 2026 werden negen samenwerkingsdocumenten en een gezamenlijke verklaring ondertekend. De samenwerking heeft onder meer betrekking op visserij, luchtvaart, toerisme, onderwijs en de olie- en gassector.
Op energiegebied hebben beide landen een roadmap voor samenwerking in de koolwaterstoffensector voor 2026–2027 ondertekend. Daarbij wordt onder meer gekeken naar samenwerking en kennisuitwisseling rond olie en gas.
Ali koppelde zijn verwijzing naar Suriname en Venezuela aan een veel bredere ontwikkeling in het Caribisch gebied. Guyana onderzoekt zelf mogelijkheden rond raffinage, gasontwikkeling, havens en samenwerking met andere landen.
Volgens Ali ontstaat hierdoor een zeer actief regionaal energielandschap. Hij verwacht dat verdere ontwikkeling veel onderhandelingen en regionale integratie zal vereisen.
Maar daar bleef het niet bij. De Guyanese president maakte ook duidelijk dat landen zich binnen deze ontwikkeling zullen moeten positioneren.
“It will be competitive,” zei Ali.
Guyana wil volgens hem een belangrijke positie innemen binnen de energiehub die zich in de regio ontwikkelt. Ali zei daarnaast dat verschillende landen met Guyana gesprekken voeren en belangstelling hebben voor samenwerking.
De betekenis van Ali’s verwijzing naar de Suriname-Venezuela-deal zit daarmee vooral in de regionale context waarin hij deze noemt. Hij zegt niet dat Guyana de overeenkomst nauwlettend volgt en geeft ook geen inhoudelijk oordeel over de deal. Wel noemt hij de overeenkomst als één van verschillende ontwikkelingen binnen een Caribische energiemarkt die volgens hem steeds actiever en competitiever wordt.