
PARAMARIBO — Onderwijsbondsvoorzitter Bernice Baron wil voorlopig weinig kwijt over de financiële deal die voor leerkrachten op tafel ligt. Ook over de reden waarom BVL niet heeft meegetekend met de gezamenlijke verklaring van de onderwijsbonden hield zij zich terughoudend. Tegelijkertijd verdedigt Baron de omstreden oproep aan ouders om hun kinderen thuis te houden. Volgens haar zijn er nog tekorten aan leerkrachten en wilden de bonden voorkomen dat leerlingen op school zouden belanden in klassen zonder voldoende toezicht.
Baron gaf donderdag in ABC Actueel uitleg over de gesprekken die de onderwijsbonden met minister van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur Dirk Currie hebben gevoerd rond de start van het nieuwe schooljaar.
Volgens haar moeten twee zaken uit elkaar worden gehouden: de financiële onderhandelingen en de problemen rond de schoolstart.
Over de lonen is volgens Baron op dit moment geen conflict dat aanleiding gaf tot de oproep om leerlingen thuis te houden. Het probleem zat volgens haar bij de voorbereiding op de start van het schooljaar.
Tijdens een presentatie van het ministerie kregen de bonden volgens Baron te horen dat er nog plaatsen moesten worden ingevuld. De werving van personeel was vlak voor de opening van de scholen nog bezig.
Dat baarde de bonden zorgen.
Volgens Baron kan op papier wel bekend zijn hoeveel leerkrachten aan een school verbonden zijn, maar wordt pas op de eerste schooldag duidelijk hoeveel mensen zich daadwerkelijk melden.
De bonden stelden daarom voor om de scholen op 1 oktober wel voor leerkrachten te openen, maar leerlingen pas op 5 oktober te laten beginnen.
Minister Currie ging daar volgens Baron niet in mee. Hij bleef bij het standpunt dat zowel leerlingen als leerkrachten op 1 oktober naar school moesten.
De bonden vreesden dat leerkrachten die zich voorbereidden om hun eigen klas op te vangen, op de eerste dag plotseling gevraagd zouden worden ook een andere klas over te nemen omdat daar geen docent was komen opdagen.
Baron schetste ook een ander mogelijk scenario: een schoolleider die ouders moet bellen met de mededeling dat hun kind weer moet worden opgehaald omdat er geen leerkracht beschikbaar is.
Daarnaast speelt volgens haar de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van leerlingen.
Wanneer een klas zonder toezicht zit en er gebeurt iets, is volgens Baron niet duidelijk wie daarvoor verantwoordelijk moet worden gehouden: de schoolleider, een leerkracht van een andere klas of iemand anders.
De bonden besloten uiteindelijk leerkrachten op te roepen wel naar school te gaan, maar ouders te vragen hun kinderen thuis te houden.
Baron zegt begrip te hebben voor ouders die moeite hebben met die beslissing. Zij vraagt echter ook begrip voor de positie van de leerkrachten.
Volgens haar was de oproep mede bedoeld om leerlingen te beschermen.
De bonden willen aan de hand van de opkomst van de leerkrachten vaststellen hoe de daadwerkelijke personeelsbezetting eruitziet. Daarna moet een evaluatie worden gemaakt en naar het ministerie worden gestuurd.
Baron haalde daarbij hard uit naar de manier waarop naar de verantwoordelijkheid van de onderwijsbonden wordt gekeken.
Volgens haar moet ook worden gekeken naar wat er vorig schooljaar is misgegaan.
Zij stelde dat sommige leerlingen in het basisonderwijs gedurende een heel kwartaal zonder eigen leerkracht hebben gezeten. In bepaalde gevallen moest één leerkracht volgens haar twee groepen opvangen.
Ook in het voortgezet onderwijs waren volgens Baron niet overal de benodigde vakleerkrachten beschikbaar.
Het tekort leidde er volgens haar uiteindelijk zelfs toe dat leerkrachten werden gevraagd op zaterdag lessen te verzorgen.
“Ze moeten niet alleen verwijzen naar de bonden, maar laten ze ook naar zichzelf wijzen. Wij hebben ook gefaald”, zei Baron.
Naast de schoolstart kwam ook de financiële positie van de leerkrachten ter sprake.
Baron maakte duidelijk dat er nog geen definitief akkoord is.
Er ligt volgens haar een voorstel om leerkrachten met twee gradaties te bevorderen. Over dat voorstel hebben de bonden ook met president Jennifer Simons gesproken.
“We hebben met de president aan tafel gezeten. En we zitten wat dat betreft in overleg. Dus we moeten dat nog afronden”, zei Baron.
Toen haar vervolgens rechtstreeks werd gevraagd of zij tevreden is met het voorstel, hield zij haar kaarten tegen de borst.
“Ik kan daarover nog geen uitspraken doen.”
Daarmee blijft voorlopig onduidelijk hoe de bonden het voorstel beoordelen en wat uiteindelijk definitief voor de leerkrachten zal worden afgesproken.
Ook BVL en voorzitter Reshma Mangre kwamen tijdens het interview ter sprake.
Bij de gezamenlijke verklaring van de onderwijsbonden viel op dat BVL niet had meegetekend. Baron werd gevraagd waarom de handtekening van BVL ontbrak en of de verklaring ook aan Mangre was voorgelegd.
Baron antwoordde dat eerder al was aangegeven dat Mangre “de zaken apart doet”.
Toen verder werd doorgevraagd, wilde Baron daar niet inhoudelijk op doorgaan.
“Dan moet u dat aan mevrouw Mangre vragen.”
Daarmee gaf Baron wel aan dat BVL afzonderlijk opereert, maar bleef tijdens het gesprek onbeantwoord waarom BVL specifiek deze verklaring niet heeft ondertekend.
De uitspraken van Baron staan tegenover de boodschap die minister Currie voorafgaand aan het nieuwe schooljaar gaf.
Currie stelde dat nog niet voor iedere uitdaging een oplossing bestaat, maar dat het onderwijs volgens hem het schooljaar 2026-2027 beter voorbereid begint dan vorig jaar.
Tegelijkertijd erkende hij dat de maatschappelijke en financiële waardering van leerkrachten nog niet op het niveau ligt waar die volgens hem zou moeten zijn.
De komende evaluatie van de daadwerkelijke personeelsbezetting moet nu duidelijk maken hoe groot de tekorten bij de start van het schooljaar werkelijk zijn. Voor de leerkrachten blijven ondertussen twee andere vragen openstaan: wat komt er definitief uit de financiële onderhandelingen en waarom kiest BVL ervoor bij de gezamenlijke verklaring een eigen koers te varen?