
Minister Raymond Landveld van Transport, Communicatie en Toerisme (TCT) blijft erbij dat Wendy Jap-A-Joe haar bestuurlijke verantwoordelijkheden bij de Telecommunicatie Autoriteit Suriname (TAS) moet overdragen aan de Raad van Commissarissen. Dat verklaarde hij tijdens het persmoment van de Raad van Ministers. De minister beroept zich op de wettelijke benoemingstermijn van vijf jaar. Zijn uitleg staat tegenover de verklaring van ABOP-voorzitter Ronnie Brunswijk, die na een coalitieoverleg aangaf dat de bestaande situatie voorlopig gehandhaafd zou blijven totdat de rechter uitspraak doet.
Volgens Landveld is de benoemingstermijn van Jap-A-Joe op 19 oktober 2026 om middernacht verstreken. Hij heeft zowel de directeur als de Raad van Commissarissen schriftelijk geïnformeerd over de juridische situatie en aangedrongen op een ordelijke overdracht.
De minister verwijst naar de Wet Telecommunicatievoorzieningen, waarin de benoeming van de TAS-directeur voor vijf jaar is geregeld. Bij afwezigheid van een directeur en onderdirecteur voorziet de wet volgens hem in tijdelijke waarneming door de Raad van Commissarissen.
Brunswijk verklaarde eerder tegenover TBN Prime Alert dat de directeur voorlopig zou blijven zitten totdat de kortgedingrechter anders beslist. Hij verwees daarbij naar verschillen in interpretatie van de wet en een contractuele opzegtermijn.
Landveld houdt echter vast aan de overdracht. Volgens hem heeft de wet zelf geregeld hoe het bestuur moet worden voortgezet nadat een benoemingstermijn is verstreken.
Daarmee ontstaat een belangrijk onderscheid tussen de juridische bevoegdheid en de feitelijke situatie binnen TAS. Het feit dat een directeur nog op haar werkplek aanwezig is, betekent niet automatisch dat zij volgens de wet bevoegd is namens de instelling te handelen.
Ook betekent het afwachten van een rechterlijke uitspraak niet zonder meer dat een verstreken benoemingstermijn automatisch wordt verlengd.
Landveld verklaarde bovendien dat hij de kwestie met president Jennifer Geerlings-Simons heeft besproken.
Volgens hem heeft de president bevestigd dat de regering de wet moet volgen en dat zijn handelen op die basis wordt ondersteund.
Dat maakt de eerdere verklaring van Brunswijk des te relevanter. De ABOP-voorzitter zei immers dat tijdens het coalitieoverleg was besloten de situatie voorlopig te laten zoals die was.
Zijn deze verklaringen juridisch met elkaar te verenigen, of hebben betrokkenen verschillende conclusies getrokken uit hetzelfde overleg?
Hoewel Landveld spreekt over de noodzaak van overdracht, heeft hij geen concrete uiterste datum genoemd waarop die moet plaatsvinden.
Hij stelde dat beide partijen gezamenlijk een geschikte gelegenheid moeten bepalen en dat de overdracht al eerder had kunnen plaatsvinden.
Dat roept de vraag op hoe lang een publieke toezichthouder kan blijven functioneren terwijl er onenigheid bestaat over wie het bestuur moet voeren.
Zolang die situatie voortduurt, is duidelijkheid nodig over wie bevoegd is documenten te ondertekenen, betalingen goed te keuren en bestuurlijke beslissingen te nemen.
De minister verwacht dat beide partijen professioneel handelen. De bestuurlijke crisis bij TAS laat echter zien dat overeenstemming over de toepassing van de wet niet vanzelfsprekend is.
De aangekondigde rechterlijke uitspraak kan meer duidelijkheid verschaffen, maar de regering zal ook moeten uitleggen hoe de bestuurscontinuïteit gedurende het conflict wordt gewaarborgd.