
AMSTERDAM — De 61-jarige Marcel Blijd, een Nederlander van Surinaamse afkomst, was geen willekeurig slachtoffer van de dodelijke schietpartij op de NDSM-kade in Amsterdam-Noord. De 37-jarige verdachte kende hem uit de Penitentiaire Inrichting (PI) Zaanstad. Daar werkte Blijd toen de verdachte enkele jaren geleden gedetineerd zat. Justitie verdenkt de 37-jarige man inmiddels van moord.
De schietpartij vond vrijdagmiddag 25 september plaats bij een horecagelegenheid aan de NDSM-kade. Rond 15.05 uur ontstond volgens de politie een woordenwisseling tussen de verdachte en het latere slachtoffer.
Het was op dat moment vanwege het mooie weer druk op de NDSM-kade. Veel mensen waren daardoor getuige van het geweld.
Na de schoten kwamen meerdere politie-eenheden, rechercheurs en medewerkers van de forensische opsporing ter plaatse. Getuigen werden met bussen naar het politiebureau gebracht om daar te worden gehoord.
Voor de 61-jarige Blijd kwam medische hulp te laat. Hij overleed aan zijn verwondingen.
In de dagen na de schietpartij bleef onduidelijk waarom de confrontatie was ontstaan. Inmiddels heeft het onderzoek volgens het Openbaar Ministerie duidelijk gemaakt dat de twee mannen elkaar al kenden.
De verdachte had enkele jaren geleden vastgezeten in PI Zaanstad. Blijd was daar destijds werkzaam.
Op vrijdagmiddag kwamen de twee elkaar opnieuw tegen op het terras aan de NDSM-kade. Volgens het OM sprak de 37-jarige verdachte Blijd op agressieve wijze aan over een gebeurtenis uit het verleden.
Wat er in het verleden precies tussen beiden is voorgevallen, heeft het OM niet openbaar gemaakt.
Uit het onderzoek komt volgens justitie een opvallend verloop naar voren. Na een kort gesprek met Blijd liep de verdachte aanvankelijk van het terras weg.
Daar bleef het echter niet bij.
De man keerde korte tijd later terug. Vervolgens zou hij meerdere keren op Blijd hebben geschoten.
Dat gegeven is belangrijk voor het strafrechtelijke onderzoek. Het Openbaar Ministerie verdenkt de 37-jarige namelijk niet van doodslag, maar van moord. Of die verdenking uiteindelijk bewezen kan worden, is aan de rechter.
Kort na de schietpartij wist de politie een verdachte aan te houden. De politie meldde dezelfde dag dat op dat moment niet werd uitgegaan van meerdere verdachten.
Ook werd in het water gezocht naar het gebruikte vuurwapen. Duikers werden ingezet en uiteindelijk werd een vuurwapen opgedoken.
Of uit forensisch onderzoek inmiddels definitief is vastgesteld dat dit het wapen is waarmee Blijd werd doodgeschoten, hebben politie en justitie in de geraadpleegde berichten niet bekendgemaakt.
Met de nieuwe informatie van het OM wordt duidelijk dat de dodelijke confrontatie niet kan worden beschouwd als geweld tegen een willekeurig gekozen terrasbezoeker.
De verdachte kende Blijd vanuit zijn detentieverleden en zou hem bewust hebben aangesproken over iets wat eerder was gebeurd.
Juist wat zich destijds heeft afgespeeld, kan van groot belang zijn voor het vaststellen van het motief. Daarover doet justitie vooralsnog geen verdere mededelingen.
Ook is niet bekendgemaakt of de ontmoeting op de NDSM-kade toevallig was of dat de verdachte wist dat Blijd daar aanwezig zou zijn.
De 37-jarige verdachte werd na zijn arrestatie in volledige beperkingen geplaatst. Dat hield in dat hij alleen contact mocht hebben met zijn advocaat. Die beperkingen zijn inmiddels opgeheven.
De rechter-commissaris van de rechtbank Amsterdam heeft de man maandag voor een periode van veertien dagen in bewaring gesteld.
Hij wordt verdacht van moord.
Op maandag 5 oktober verschijnt de verdachte voor de raadkamer. Daar wordt gekeken naar het verdere verloop van zijn voorlopige hechtenis.
Het strafrechtelijke onderzoek naar de aanleiding en precieze omstandigheden van de schietpartij gaat ondertussen verder.