
BAGDAD — De Amerikaanse militaire aanwezigheid in Irak is een nieuwe fase ingegaan nu de terugtrekking van Amerikaanse troepen uit het land is afgerond. Daarmee komt een einde aan een langdurige militaire missie die haar oorsprong heeft in de Amerikaanse invasie van Irak in 2003 en later werd voortgezet in de strijd tegen Islamitische Staat.
De terugtrekking werd woensdag bevestigd terwijl in Irak verschillend werd gereageerd op het vertrek.
Sommige Irakezen en gewapende groeperingen verwelkomen het einde van de Amerikaanse militaire aanwezigheid. Tegelijkertijd bestaan er zorgen over het veiligheidsvacuüm dat kan ontstaan en over de toekomstige machtsverhoudingen tussen de Iraakse regering, Koerdische strijdkrachten en door Iran gesteunde milities.
De Verenigde Staten vielen Irak in maart 2003 binnen. Het regime van Saddam Hussein werd binnen enkele weken ten val gebracht, maar daarna volgden jaren van opstand, sektarisch geweld en politieke instabiliteit.
Amerikaanse gevechtstroepen verlieten Irak eerder al in 2011.
Na de snelle opmars van Islamitische Staat in 2014 keerden Amerikaanse militairen echter terug. Zij ondersteunden Iraakse en Koerdische strijdkrachten bij de strijd tegen IS.
Die missie veranderde vervolgens geleidelijk van karakter.
Met het huidige vertrek ontstaat opnieuw de vraag hoe Irak zijn veiligheid organiseert zonder een permanente Amerikaanse militaire aanwezigheid en hoeveel invloed regionale spelers, waaronder Iran, in het land zullen krijgen.
Ook de positie van gewapende milities blijft daarbij een belangrijk vraagstuk. Verschillende groepen hebben duidelijk gemaakt dat het vertrek van Amerikaanse militairen niet automatisch betekent dat zij hun eigen wapens zullen neerleggen.
Na meer dan twintig jaar blijft de Amerikaanse invasie van 2003 daarmee grote invloed uitoefenen op de politieke en veiligheidsverhoudingen in Irak.